AA Home > Politiek > Benno Groeneveld

Benno Groeneveld's verkiezingsblog

Benno Groeneveld is een in de VS woonachtige politieke journalist wiens eerste artikel al in 1968 werd gepubliceerd. Gedurende het verkiezingsjaar 2008 zal Benno op AllesAmerika.com zijn visie op de Amerikaanse presidentsverkiezingen publiceren.

17 januari 2008

De uitslag van de voorverkiezingen in Michigan zijn een teken dat de verkiezingsstrijd nog lang niet voorbij is. De overwinning van Mitt Romney zal zijn campagne nieuw leven inblazen. En Mike Huckabee zal zich moeten blijven inspannen om Republikeinen ervan te overtuigen dat juist hij de beste kandidaat is.

John McCain kwam op de derde plaats, maar riep optimistisch uit dat de campagne na New Hampshire (waar hij won) duidelijk nog niet voorbij was en dat hij door zal blijven vechten.

Rudy Giuliani heeft Michigan (evenals eerder Iowa en New Hampshire) links laten liggen, hij concentreert zich op Florida, waar veel oudere, conservatieve New Yorkers wonen. Conservatief, maar kom niet aan hun Social Security ­ de Amerikaanse AOW ­ of hun Medicare, de gezondheidszorg voor ouderen. Die overigens verdacht veel lijkt op de door de Republikeinen zo verfoeide “Europese” “socialistische” (lees: afschuwelijke, on-Amerikaans communistische) ziektekostenverzekering.

Voor de Democraten was er weinig te doen in Michigan. De voorverkiezingen waren tegen de zin van de leiding van de partij te ver naar voren gehaald en als straf mag Michigan geen afgevaardigden naar de partijconventie deze zomer sturen.

Rodham won van Dennis Kucinich, Obama en Edwards hebben niet eens meegedaan. De Democraten richtten zich op Nevada waar zaterdag 19 januari een voorverkiezing wordt gehouden.

Maar de resultaten waren genoeg om ervoor te zorgen dat de verkiezingsstrijd in volle heftigheid door zal blijven gaan tot in ieder geval dinsdag 5 februari, “Super Tuesday”, de dag dat er werkelijke beslissingen zullen vallen en er echte koplopers zullen komen.

De voorverkiezingen zijn namelijk niet alleen een ‘schoonheidswedstrijd’, een kans voor de kandidaten om te laten zien hoe goed ze campagne kunnen voeren en hoeveel mensen het met hen eens zijn. De verkiezingen bepalen ook hoeveel afgevaardigden naar de nationale Conventies de verschillende kandidaten krijgen.

Wie na Super Tuesday een duidelijke voorsprong heeft in het aantal afgevaardigden, heeft een erg goede kans om de officiële kandidaat van zijn (of haar, natuurlijk) partij te worden.

“Democraat” of “Republikein” betekent overigens niet zoveel. Het zijn geen echte politieke partijen, zoals in Nederland.

Beide Amerikaanse partijen hebben wel partijprogramma’s, maar dat zijn redelijk vage documenten, waar kandidaten zich niet aan hoeven te houden. Er is wel een bestuur, maar er is geen partijdiscipline. Vandaar dat sommige Republikeinen in het Congress, vooral als zij uit het noordelijk deel van de VS of uit Californië komen, soms progressiever zijn dan sommige Democraten, vooral als die uit het diepe zuiden komen.

Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat er 535 partijen zijn in het Congress, 435 leden van het Huis van Afgevaardigden en 100 Senatoren. Ieder is volledig onafhankelijk ­ net zoals in Nederland natuurlijk, waar parlementariërs immers ‘zonder last of ruggespraak’ hun stem horen uit te brengen ­ maar in de VS zijn de parlementariërs echt onafhankelijk; ze zijn voornamelijk op eigen kracht gekozen, al helpt de nationale partij vaak wel met geld en goede raad.

Maar wie een meerderheid van de kiezers in een district (Huis) of staat (Senaat) achter zich kan krijgen, kan zijn of haar hun gang gaan. De zorg voor de kiezers, de ‘constituents’, is dan ook belangrijker dan een politieke filosofie of lid zijn van een partij. Ieder lid van het Huis of de Senaat heeft daarom in zijn of haar kantoor in zijn of haar district (of een aantal kantoren in de staat) mensen die dagelijks bezig zijn om alledaagse problemen voor ‘constituents’ op te lossen.

Dat gebrek aan partijgebondenheid gaat nog veel verder op plaatselijk niveau, waar kandidaten vaak wel namens een partij optreden, maar die band op hun verkiezingsborden -- of in hun campagne literatuur ­ nauwelijks of helemaal niet melden.

Ik heb lang gedacht dat dit eigenlijk een gevaarlijke manier van politiek bedrijven is. Volksmenners maken in het Amerikaanse systeem namelijk een veel grotere kans om voor een of ander ambt gekozen te worden. En wie verkozen is, krijgt meer aandacht van de media en daarmee de kans om goede (of slechte) ideeën uit te dragen.

Maar nu ik Amerikaan ben, mee mag stemmen en niet zomaar als versiering (of journalist) politieke bijeenkomsten bijwoon, ben ik langzamerhand tot andere gedachten gekomen.

Een verkiezingscampagne voeren is erg hard werk: je bent dag en nacht bezig om geld bij elkaar te halen. Dat kun je niet alleen doen, je moet een groep mensen om je heen verzamelen, die je willen helpen. Sommige van die mensen worden tegenwoordig betaald: de persvoorlichter, de raadgevers, de uitvoerders van opiniepeilingen krijgen allemaal een salaris(je).

Maar de personen die de telefoon bemensen om zoveel mogelijk kiezers te bellen, die de verkiezingsliteratuur in enveloppen stoppen, die dichtplakken en van een postzegel voorzien, de mensen die buurten afgaan om op deuren te kloppen en kiezers proberen over te halen om op je te stemmen, de mensen die vervoer naar de stembus regelen voor kiezers die hulp nodig hebben ­ al die mensen zijn vrijwilligers, die de kandidaat moet kunnen bezielen en die bezield moeten blijven.

Wie dat niet lukt, mensen ervan overtuigen dat zij voor hem of haar zich uit de naad werken, wie niet kiezers voldoende enthousiast kan maken om naar een verkiezingsbijeenkomst te komen ­ wat niet veel meer is dan lang wachten op de kandidaat, een toespraakje aanhoren, als je geluk hebt een handtekening krijgen of een handdruk ­ wie dat niet kan, hoort misschien niet gekozen te worden.

Volgend artikel van Benno

Meer over de Amerikaanse verkiezingen

Terug naar de AllesAmerika.com homepage

Cheaptickets
Goedkope vliegtickets

Robingco - Amerika reisverzekeringen
Reisfinanciën

Western Wanderer, kamperen in Amerika