Home
Hotels en campings
Amerikaanse mailbox
Forums
Cultuur
 

Een reis door het zuidwesten van de USA (deel 2)

DAG 8 : Page – Monument Valley – Page zondag, 4 augustus

Nog vóór het ontbijt gaan vader en zoon tot aan een internet-café, dat we gisteren op de Dam Plaza hebben ontdekt. Tja, er staat welgeteld één PC, maar dat is voldoende om wat nieuws te versturen naar familie en vrienden en de e-mail te checken. Zo'n gelegenheid moet je echt meepikken waar je kunt, want de mogelijkheden om even te internetten liggen niet als vanzelfsprekend op je route! In de hotels die wij aandeden, was er: ofwel geen aansluiting ( althans niet voor klanten), ofwel buiten gebruik, ofwel een wachtrij, ofwel vrij duur!De enige uitzondering hierop was de Hilton Garden Inn in Flagstaff.


Omdat er in de prijs van ons motel een Continental Breakfast is begrepen, hoeven we de deur niet uit, hoewel... lekker en gezellig kun je dit moeilijk noemen. Wat rommelige tafeltjes, plastieken bekers en bestek, zeer beperkte keuze...We nemen dan maar een extra stuk fruit: een appel of een banaan! Eerlijk waar, nergens heb ik een keur aan zomerfruit gezien zoals wij die kennen in onze winkels. Tenzij misschien in San Francisco, maar daarover later meer.

Vandaag staat Monument valley op ons programma. Vanuit Page ongeveer 120 mijl. We hebben er voor gekozen om heen en weer te rijden en niet van hotel te verkassen. Hoeven we ons een keertje niet te bekommeren om de valiezen, het in- en uitchecken; en bovendien sluit Page ook beter aan op ons volgend traject.

De rit naar Monument Valley gaat door het reservaat van de Navajo's, dat qua oppervlakte groter is dan België. Het is tamelijk bewolkt en af en toe valt er zelfs een spatje regen. In Kayenta, nemen we Route 163, een rechte lijn door het schrale landschap! Reeds van ver zien we enkele pieken en typische tafelbergen oprijzen, wereldberoemd door de western- films die er werden gedraaid. Monument Valley ligt in het noordelijk deel van het Navajo-reservaat, op de grens van 2 staten (Arizona en Utah) en 1.700 meter hoog. Het is geen Nationaal Park. De Navajo's beheren dit park op hun manier en met de financiële middelen die zij hebben. De faciliteiten zijn er bijgevolg niet te vergelijken met deze in het National Park System, maar een bezoek is meer dan de moeite waard! Voor mij persoonlijk één van de hoogtepunten van deze reis. Het is speciaal, een aparte wereld, nog nét iets ongerepter dan de andere parken die wij bezochten.Naast de parking ligt het Visitor Center met een groot terras dat uitkijkt over dit spectaculair plateau: een eindeloze, rode vlakte met op de voorgrond de opvallende Merrick Butte en The Mittens. Deze kale tafelbergen steken zo'n 300 meter boven de woestijn uit. Een ongelooflijk en fantastisch staaltje van erosie. Uit beide mittens (= wanten) steekt de karakteristieke 'duim'! Nu al voel ik spijt bij de gedachte dat deze indrukken ooit een verre herinnering zullen worden.

Het is warm; op dit uitkijkplatform staan tafels en banken; het loopt tegen de middag aan; dus gaan we eerst eten. Een broodje kaas met zicht op een 'wildwest'landschap. Het lijkt onwerkelijk!

Natuurlijk mag je in dit tribaal park niet zomaar op eigen houtje overal gaan rondtoeren. Op sommige plekken kan je alleen komen met een Navajo-gids, per jeep of te paard.Aanvankelijk zijn wij ook van plan om zo'n jeeptoer te boeken. Vooral Mystery Valley met de ruïnes en petroglyfen van de verdwenen Anasazi-stam intrigeert mij.Bij het bezoekerscentrum staan verscheidene kiosken, waar indianen dergelijke excursies aanbieden. Maar déze mensen zijn helemaal niet vriendelijk, integendeel. Bovendien is het vrij prijzig: 30 dollar per persoon ( voor ons x 4 = $ 120 ) voor een kleine toer. En, de kans een onweer op ons dak te krijgen is evenmin uitgesloten!We zijn het erover eens, dat we het bijgevolg liever houden bij de zgn. 'self guided tour', een 27 km lang parcours dat je met eigen wagen mag rijden, binnen de toeristische zone van het park. Het is wel een onverharde, stoffige weg met veel putten en bulten, maar dat is ook juist de charme. Tussen deze unieke rotsformaties zou een verharde (asfalt)weg trouwens afbreuk doen aan het landschap.

Het is een heel mooie route, en bij de stopplaatsen nemen we volop de tijd om uit te stappen, te fotograferen en te filmen (vooral onze Stijn is de man van de videocamera!). Natuurelementen als water en wind, alsook breuken in de aardkorst, hebben dit fascinerende landschap gecreëerd. Nu dragen de oude formaties namen als Three Sisters, Totem Pole, Elephant Butte, Rain God Mesa, enzovoort.We doen enkele uren over de toer. Het weer wordt trouwens steeds beter. Prachtige beelden, die blauwe lucht met nog wat wolkenflarden, boven een zee van rood zand en grillige rotsen.Het is er niet overrompeld door toeristen. Vaak hebben we een stopplaats voor ons alleen, zodat we naast het uitzicht ook genieten van de stilte in deze vreemde wereld.

Afscheid nemen van een mooie plek is altijd moeilijk. Wellicht kom je hier maar once in a lifetime. Ik kijk nog eens om... Tot de laatste karakteristieke piek aan de horizon is verdwenen.

Terug in Page, eerst opfrissen en omkleden. De kinderen nemen nog een duik in het zwembad, maar het water is veel kouder dan verwacht, zodat ze snel terug zijn. We gaan eten in het Butterfield Steakhouse. We hebben gereserveerd op het terras, want zelfs na zonsondergang ( ik heb de indruk dat de avond hier sneller valt dan bij ons? ) is het nog behoorlijk warm. Van hieruit heb je een wijds uitzicht op de vallei met in de schemerverte de Glen Canyon Dam en een stukje van het Lake Powell.Naast de dam de iets minder fraaie electriciteitscentrale. Het is er aangenaam zitten, de steaks zijn heel lekker en de bediening vriendelijk. Alleen spijtig dat Amerikanen zo weinig aandacht hebben voor gezellig natafelen. Bij de laatste hap ruimen zij meteen af; ook als nog niet iedereen klaar is met eten. Wij vinden dat eerder onbeleefd, zij efficiënt. Kwestie van hoe je het bekijkt natuurlijk!

DAG 9 : Page – Bryce Canyon maandag, 5 augustus

Highway 89, langs de Vermilion en White Cliffs, is weer een schitterende route naar Bryce Canyon National Park.We overschrijden nu de grens met de staat Utah, dus moeten we de klok één uur vooruit zetten. Het merendeel van de burgers in Utah is mormoon, gesteld op een sobere levenswijze zonder alcohol of tabak. In hotels en restaurants hebben wij daar weinig van gemerkt.In Kanab stoppen we nog even om boodschappen te doen. De zon staat reeds hoog aan de hemel. Het belooft een schitterende dag te worden!Afslag 12 naar Bryce gaat voorbij Red Canyon, een voorsmaakje van de eigenaardige, rode rotsformaties die we straks in meervoud te zien zullen krijgen. Bryce Canyon is immers een meesterwerk op een hoogte van 2.500 meter!

Als overnachtingshotel kozen we de Best Western Ruby's Inn, vlakbij de toegang tot het Nationaal Park. Net zoals bij de Grand Canyon is het een groot complex, opgedeeld in hoofd- en bijgebouwen; met alles wat een toerist nodig heeft: winkels, restaurants, benzinestation...Vanaf 14 uur kunnen we inchecken, maar omdat we nog te vroeg zijn, eten we eerst onze broodjes, met een blikje cola of een Budweiser ( hét Amerikaanse bier ), op een bankje in de zon.We krijgen een rustig gelegen kamer, prima in orde, kortbij de ijsmachines ( handig voor onze frigobox ).Bagage uitladen, stapschoenen aan, kort overleg. Want natuurlijk proberen we altijd om uit de beschikbare tijd het maximum te halen; en dat betekent ook keuzes maken. In één namiddag kun je nu eenmaal niet alles zien, laat staan dóen!

Er loopt een route over de ganse lengte van het park, met parkings in de buurt van de mooiste uitzichtspunten. Sinds kort is ook hier het shuttle- systeem opgestart. We besluiten om de vier 'view points' te doen die uitkijken over het Bryce Amphitheater, het grootste en meest bijzondere van heel het park. Maar eerst een korte stop bij het Visitor Center. En het moet gezegd, deze bezoekerscentra zijn een uitstekend initiatief. Zij geven vrijblijvend informatie, tips, documentatie... Vaak zijn het ook mini-musea met een stukje geschiedenis over de streek; en uiteraard verkopen zij boeken, postkaarten, souvenirs...

Bryce Point is al meteen een voltreffer! Dit is inderdaad niet echt een canyon, maar een immens amphitheater, met rotsformaties die door wind, regen en sneeuw zijn uitgeschuurd tot grillige torens, de zogenaamde Hoodoos! Een verbluffend panorama in warme kleuren als baksteen en vanille. Je hebt hier ook een ontzettend mooi uitzicht over de wijde omgeving, natuur alom,in de verte eenzaam gebergte, uitgestrektheid, een prachtige blauwe hemel!

Inspiration Point brengt ons nog dichter bij de schoonheid van het amphitheater. De mysterieuze hoodoos zijn hier nadrukkelijk aanwezig. De verschillende vormen en tinten tonen zich in al hun variatie. Onnodig te zeggen dat dit weer een bijzonder fotogeniek landschap is!

Van Sunset Point wandelen we via de Rim Trail tot Sunrise Point. In dit park zijn wel 80 km paden om te wandelen, van makkelijk tot moeilijk.De mooiste, wellicht ook de meest bewandelde trails, zijn de Queen's Garden Trail en de Navajo Loop Trail. Wij combineren beide, met vertrekpunt bij Sunrise Point.

Het pad daalt af tussen de gekleurde rotspilaren en brengt ons in de canyon. Deze toegankelijkheid maakt Bryce Canyon juist zo aantrekkelijk. Na het fantastische bovenaanzicht kan men hier de kloof te voet verkennen, de hoodoos aanraken, zich verwonderen over dit doolhof van oranje-rode spitsen, met hier en daar een spaarzaam groepje dennen. De schaduw van de bomen op de bodem van de canyon is trouwens erg welkom. Gelukkig hebben we altijd water bij ons. De trail is goed aangegeven. Onze schoenen zitten ondertussen onder het rode stof. We genieten van elke seconde.

Na een flinke afdaling volgt er natuurlijk een fikse klim. Wij volgen nu de Navajo Loop, die steil naar boven zigzagt tussen rotsen en kloven, om terug bij Sunset Point uit te komen.Zo'n wandeling ( van ongeveer 5 km, te lopen in 2 à 3 uur, regelmatige rustpauzes inbegrepen ) is werkelijk een aanrader! Dit uitgehouwen landschap met z'n rossige gloed, moet je niet alleen zien, maar tevens ondergaan. Indrukken zijn ook niet als vanzelfsprekend te vatten in woorden. Ze komen op je af, branden op je netvlies en je probeert ze zo lang mogelijk vast te houden.

Rond 18 uur zijn we terug in ons hotel. Tijd om te beslissen waar we gaan eten. In de Capitool Reisgids ( deel USA-zuidwest & Las Vegas ) had ik, onder het hoofdstukje 'Een restaurant kiezen', gelezen dat de Bryce Canyon Lodge - het énige hotel binnen het Nationaal Park zelf - het beste restaurant in de omgeving heeft, mét een Europese keuken. Misschien een beetje maf om in Amerika Europees te willen eten, maar eigenlijk is het ook wel wat nieuwsgierigheid naar hetgeen zij onder deze brede noemer verstaan: Frans? Italiaans? Of eerder Engels?Kortom, we zijn het erover eens om dit eens uit te proberen. Telefonisch gereserveerd. Omdat er pas om 20u30 een tafeltje vrij is, hebben we nog ruim de tijd om een verkwikkende douche te nemen, wat TV te kijken en een uurtje te gaan zwemmen.Ons hotel heeft namelijk een prachtig binnenzwembad, vrij groot zelfs. Het is er niet druk, zodat we rustig kunnen zwemmen. En in het kleinere bubbelbad hebben Stijn en Leen een gezellige babbel met een boomlange Amerikaan uit Oregon.

Het is één van de weinige spontane contacten. Want met het beeld van de joviale, weliswaar oppervlakkige maar toch hartelijke en behulpzame Amerikaan is er iets mis. Wij zijn ze slechts sporadisch tegengekomen. Het kan natuurlijk toeval zijn, maar soms voelden wij ons een beetje vreemdeling in een maatschappij die op dit moment helemaal geen vreemdelingen hoeft. Het woord afstandelijkheid is misschien wat overdreven, maar toch... Hun nieuwsuitzendingen en kranten staan trouwens bol van alles wat te maken heeft met terrorisme, aanslagen die verwacht worden, de haat tegen hun land, het onbegrip van de rest van de wereld.

Met flinke honger rijden we nu naar Bryce Canyon Lodge, dat werkelijk schitterend gelegen is in de bossen. Het is een klassiek romantisch hotel, grotendeels opgetrokken in hout. Omdat we nog wat te vroeg zijn, gaat ons Leen alvast eens snuisteren in het hotelwinkeltje en, jawel hoor, haar oog valt toevallig toch weer niet op een paar toffe oorbelletjes zeker!

De grote zaal van het restaurant zit goed vol. Origineel ingericht. Een eerste blik op de menukaart voorspelt echter niet veel goeds, want we vinden niet meteen onze gading. Ondertussen staat de ober al klaar om de bestelling op te nemen, want het moet snel gaan. Ik maak mezelf de bedenking hoe tegenstrijdig dit eigenlijk is: enerzijds probeert men een restaurant met stijl te creëeren, anderzijds gaat het hier louter om eten en niet om tafelen! In een mum van tijd staan de dampende borden op tafel. Veel, duur, maar helaas niet lekker. We geven zeker de helft terug. Geen probleem, de rekening volgt onmiddellijk en we zijn zo weer buiten!Gelukkig hebben we nog wat koekjes en fruit op de kamer; toch jammer van het geld, het had elders beter besteed kunnen worden!

DAG 10: Bryce Canyon – Zion – Las Vegas dinsdag, 6 augustus

We ontbijten in Ruby's Inn; een verzorgd restaurant met ontbijtbuffet. Zoals gewoonlijk houdt Stijn het bij French toast; wij kiezen nogmaals voor bacon met roereieren, koffie en vers fruitsap. Nooit zoveel eieren gegeten als in Amerika!Eddie voelt zich vandaag niet honderd procent. Met een zere keel begint de dag niet zo denderend. Maar gelukkig hebben we een uitgebreid 'huisapotheekje' mee! Neus en keel zijn hier trouwens extra gevoelig door het grote verschil tussen de warmte buiten en de overal aanwezige airco-koelte binnen!

Vooraleer verder te trekken, wil Stijn nog even telefoneren naar zijn vriendin, want ook hier is de internetmachine helaas buiten gebruik. In de grote lounge hangen meerdere telefoontoestellen. Maar noch met visakaart, noch met geldstukken komt de intercontinentale verbinding tot stand. Verscheidene keren aan de balie om uitleg gevraagd, maar telkens teruggestuurd om het opnieuw te proberen. Uiteindelijk wil de (niet al te vriendelijke!) receptioniste dan toch het nummer op háár toestel vormen, mits we een telefoonkaart kopen van minstens 10 dollar! Hoewel Stijn helemaal niet van plan is om voor zo'n bedrag te bellen en er ook kaarten van 5 dollar te krijgen zijn, hebben we weinig keus. We kopen dan maar zo'n 10dollar-kaart; een 'souveniertje' om bij te houden!

We volgen voor een stuk dezelfde route terug als in het komen, doch bij Mount Carmel Jct. nemen we nu Highway 9 naar Zion National Park. Landschappen wisselen elkaar af en wedijveren weer in schoonheid. Dat is hier telkens ook zo verrassend: het ene moment rijd je door uitgestrekte vlakten, even later tussen rotsen en kliffen; soms dor en schraal, elders groen doordat er water in de buurt is. We komen Zion NP binnen via de oostelijke ingang, waar we al meteen een eerste stop hebben bij de eigenaardige Checkerboard Mesa, een 2.033 meter hoge rots met het patroon van een 'schaakspeltafel'. Dan achtereenvolgens een korte en een langere tunnel van zowat 1 mijl. Eens uit deze donkere en smalle tunnel slingert de weg zich door de kloof van Pine Creek naar het dal bij de Virgin River, waar ook het Visitor Center is gehuisvest. Auto's blijven op de grote parkeerplaats achter. Ook hier weer gratis pendelbusjes, die bezoekers dieper het park in brengen. Om de rust en de natuur in de canyon te beschermen, is autoverkeer niet toegelaten langs de idyllische Zion Canyon Scenic Drive.

We pakken onze rugzak in, want we willen graag in het park picknicken en een korte wandeling maken. Het is erg warm. Op de shuttlebus vertelt de bestuurder (sommigen geven graag en ongevraagd uitleg aan de toeristen!) dat het vandaag meer dan 100° Fahrenheit (of zo'n 38°C.) zal worden. We zitten hier dan ook op de bodem van de kloof, met aan weerszijden gigantische rotswanden. We volgen de rivierbedding van de Virgin, door groene oases. Bij The Grotto stappen we uit, want hier is een mooie, lommerrijke picknickplaats. Het is aangenaam verpozen, maar als we ook nog The Narrows willen zien, kunnen we niet te lang blijven plakken. Verder met de shuttle tot het eindpunt aan de Temple of Sinawava. Onderweg merken we herten op; én bergbeklimmers, hoewel nauwelijks te onderscheiden tegen de vertikale rotsen van meer dan 2.000 meter hoog.

Zion is een mooi park, maar minder spectaculair dan de andere parken. Misschien omdat we dit soort landschap ook wel korter bij huis vinden, in de Alpen bijvoorbeeld (de hitte eventjes terzijde gelaten natuurlijk!).Bovendien hebben we hier slechts een kort oponthoud voorzien, zodat we eigenlijk niet verder komen dan het meest toeristische gedeelte; en dat is in dit park drukker dan in de andere parken die we tot nu toe bezocht hebben. Wellicht voor een stuk te wijten aan het feit dat alle bezoekers hier onvermijdelijk samenstromen op die éne parking naast het Visitor Center én anderzijds gaat ook bijna iedereen dezelfde kant op!

Bij de eindhalte van de pendelbus, lopen we de Riverside Walk, een wandelpad dat, zoals het woord reeds aangeeft, het riviertje blijft volgen tot de beroemde Narrows. Hier is er géén pad meer, alleen nog het water van de ondiepe Virgin, stromend tussen steile rotswanden.Naargelang de weersomstandigheden is het toeristen toegelaten verder stroomopwaarts door het water te waden. Maar dan heb je wel stevige (enkel)schoenen nodig en liefst ook nog een goede stok om je evenwicht te bewaren op de gladde, scherpe keien. Het lijkt mij best avontuurlijk! Wij hebben echter geen schoenen bij die hiervoor geschikt zijn en evenmin een waterdichte zak voor fototoestel, geld en papieren... We nemen het risico liever niet en keren terug.

Via de zuidkant verlaten we Zion en rijden nog een flink eind tot de Interstate 15 die ons naar Las Vegas zal brengen.Op zo'n Interstate gaat het lekker vlot. Bizar landschap ondertussen. Droog. Heuvels zonder groen. Nauwelijks bewoond. En wanneer we Nevada binnenrijden, grote reclameborden die er ons aan herinneren dat er in deze staat naar hartelust gegokt kan worden! De klok draaien we nu een uur terug van Mountain naar Pacific Time. Rond 17u30 zien we, als een vlek in de woestijn, de stad Las Vegas opdoemen. De lichten zijn nog gedoofd, en de skyline ligt in het stof, maar de Stratosphere Tower is duidelijk te onderscheiden.

Las Vegas binnenrijden, is in een heksenketel belanden! Druk. Lawaai. Warm. Met een plannetje in de hand proberen we ons een weg te zoeken door het verkeer. De 350 meter hoge Stratosphere Tower, aan de noordzijde van de Las Vegas Boulevard ook kortweg The Strip genoemd, is een goed oriëntatiepunt. Ons hotel, het Flamingo Hilton, ligt namelijk centraal op deze hoofdstraat, hartje Las Vegas.Ter hoogte van Fremont Street zit alles in een knoop; er is ergens een brand, de politie leidt het verkeer om; chaos. Opnieuw zoeken.Eindelijk op The Strip, kijken we onze ogen uit. Hier liggen alle grote, maar vooral opmerkelijke, hotels op een rij! Sommige zijn echte blikvangers door hun fantasierijke bouw en replica van beroemde monumenten zoals de Eiffeltoren, het Vrijheidsbeeld, de Venetiaanse Campanile, enzovoort.

We zijn blij als we de grote oranje-roze bloem op de gevel van de Flamingo in 't oog krijgen en zonder al te veel problemen een plaatsje vinden in de gigantische parkeergarage.Inchecken in een hotel in Las Vegas doe je echter niet eventjes, het vraagt tijd. Zo'n hotel is immers een stad op zichzelf, met gangen zo breed als straten, shops, restaurants, attracties en natuurlijk een enorm casino! De rij aan de incheckbalie valt gelukkig nogal mee. We zitten op de 24ste verdieping! Een grote en mooie kamer, dito badkamer, met panoramische ramen die uitkijken op de prachtige binnentuin. Wanneer we alle bagage uit de auto hebben gehaald, wat door de af te leggen afstand een vervelend karwei is, moeten we nodig wat bijkomen! Maar hier hebben we geboekt voor twee nachten, dus we hebben tijd.

Ondertussen rammelen onze magen én we snakken naar een verfrissende douche. Waarom het ons niet een keertje makkelijk maken? We bellen 'room service'! Op de kamer ligt namelijk een uitgebreide menukaart en in verhouding is dit nauwelijks duurder dan een restaurantje. Terwijl we wachten op onze bestelling kunnen we ons opfrissen en wat TV kijken.Na een goed half uur, wordt een mooi gedekt en uitklapbaar tafeltje naar binnen gereden. We hebben een spaghetti besteld, maar voor die prijs krijgen we véél meer: extra porties fritjes, schoteltjes met groenten, belegde broodjes, koekjes... Met uitzicht op een bruisende stad, waar de lichten worden ontstoken en het nachtleven begint, eten we huiselijk gezellig!

Stijn, Leen en ik willen daarna toch nog een paar uurtjes de Strip op om de sfeer te proeven. Eddie houdt het vanavond liever rustig; het was een lange en warme dag, zeker als je wat minder fit bent; maar morgen is hij er wellicht terug bovenop! Dan kunnen we ook eens uitslapen, de dag is nog niet ingevuld, we doen waar we zin in hebben, rustdag.

Om het hotel uit te komen, heb je bijna een plattegrond nodig! Je moet sowieso door het casino, met z'n dooreenlopende speelzalen, ongetwijfeld in de hoop dat je ondertussen ook in de verleiding komt om een gokje te wagen! Er heerst een drukte van jewelste! Glitter en glinster. Gerinkel van de speelkasten die hun muntstukken uitspuwen. Lege blikken van mensen die verbeten hun zoveelste dollar in de 'éénarmige bandiet' steken. En ernstige gezichten aan de tafels waar voor grof geld wordt gespeeld.

Op de Las Vegas Boulevard wordt het er niet minder druk om. Integendeel. Mensen en auto's krioelen door elkaar. Een lichtzee van neon, kleuren, lawaai, hitte... het overvalt je en sleept je mee in een decor dat alleen maar mogelijk is in een stad als deze!

DAG 11 : Las Vegas woensdag, 7 augustus

We beginnen de dag met een uitgebreid ontbijt in het Paradise Garden Buffet, één van de restaurants in ons hotel. Voor een vast bedrag per persoon kan je zoveel eten als je maar wil. Wij betalen voor vier: 42 dollar of afgerond (toen) 44 euro. Wat zeker niet overdreven duur is voor een stijlvol restaurant, dat uitziet op de prachtige tuin met waterpartijen. Ter vergelijking: bij een Denny's kost een ontbijt ons samen rond de 35 à 40 dollar. Maar in Las Vegas zijn hotels en restaurants merkelijk goedkoper dan vergelijkbare accommodaties in andere steden of toeristische oorden. Hier draaien alle inkomsten immers rond het gokken! Hoe meer volk je naar de casino's kan lokken hoe beter natuurlijk!

De diverse buffetten zijn werkelijk voortreffelijk. Gevarieerd en lekker. We bedienen ons meer dan eens. Ondertussen zien we Amerikanen grote stukken slagroomtaart op hun bord scheppen, naast andere siroop- en ketchuptoestanden. Of hoe smaken kunnen verschillen.

Nu we toch op het gelijkvloers zijn, lopen we door naar de tuin, die heel mooi is aangelegd met palmen, bloemen, fonteinen en.... échte roze flamingo's en Afrikaanse pinguins! Speciale nevelsproeiers houden de temperatuur draaglijk voor deze dieren, want ten slotte zitten we hier in een woestijnstad! Ook drie verschillende zwembaden, strandstoelen en parasols. Daar zullen we straks gebruik van maken, want nu willen we eerst een stukje Las Vegas by day zien. En speciaal voor de kinderen een bezoekje brengen aan de Belz Factory Outlet Mall, waar zij hopen om voor een prikje toffe kleding te vinden.

We wandelen de Strip af in zuidelijke richting. Aanvankelijk denken we nog te voet tot aan de Belz (7400 Las Vegas Boulevard South) te kunnen gaan, maar deze boulevard is werkelijk kilometers lang! Zonnecrème, een pet en een fles water zijn geen overbodige luxe. De zon weerkaatst op de brede trottoirs. De glamour van de nacht is verdwenen, maar ook overdag is Las Vegas geen dooie boel. Drommen toeristen wandelen hotels in en uit, want je kan hier vrij élk hotel bezoeken om te eten, drinken, shoppen en vooral natuurlijk om te spelen op de vele soorten gokautomaten.De attracties echter, die komen vooral 's avonds tot leven, wanneer de duisternis invalt, de duizenden lampen gaan branden en de hitte enigszins afneemt. Maar niets belet je om nu ook al een spectaculair ritje te maken in de achtbaan van het New York New York hotel of de kick te zoeken van de 'Big Shot' bovenop de Stratosphere Tower!Informatie over alles wat er, dag en nacht, te beleven valt in deze magische stad vind je onder meer op sites als www.lasvegas24hours.com en www.ilovevegas.com.

Wij blijven met beide voeten op de grond. En die worden wat zwaar, dus besluiten we, ter hoogte van het opmerkelijke Luxor hotel, om de bus te nemen. Die rijden de ganse Strip af en stoppen bij de belangrijkste hotels.Een retourtje kost 2 dollar per persoon; met gepast geld te betalen.Je zit lekker koel, want de bussen hebben airco. Even verderop laten we de imposante hotels achter ons en rijden we langs de airport van Las Vegas en (nog) veel braakliggende terreinen. Weer erg stoffig! Zonder stoppen rijdt de bus nu in één trek door naar een overstaphalte ergens midden in die woestenij! Hier stapt iedereen uit. Wachten kan in de schaduw van een tentzeil, naast een geïmproviseerde eerste hulppost. Het is hier inderdaad om dood te vallen van de hitte!Gelukkig moeten we niet te lang wachten op de aansluitende bus. Deze rijdt recht naar de Belz en op dat korte traject geeft de vrouwelijke buschauffeur ons nog wat informatie mee over dit winkelcentrum.

Persoonlijk ben ik niet onder de indruk van deze mall. Onze winkelcentra kunnen de vergelijking best doorstaan wat betreft grootte en assortiment.Ons Leen vindt er wel een leuke Levi's-jeans, voor een prijsje (26 dollar), met slechts een heel klein mankementje. In sommige zaken worden immers merkartikelen met kleine foutjes en restpartijen verkocht en wanneer daar iets tussen zit dat je bevalt, kun je een koopje doen. Stijn heeft minder geluk. Hij had zijn zinnen gezet op de winkel van Tommy Hilfiger, maar dat valt tegen. Schreeuwerige kleuren, enorm grote logo's en felle bedrukkingen. Het lijkt wel een totaal ander gamma dan hier bij ons op de Europese markt! Dat wordt dus niks. Het is een ervaring om eens zo'n Amerikaanse mall binnen te lopen, maar aan mij en ook aan Eddie, is het minder besteed.

Dezelfde weg terug met twee bussen, een hapje eten op de kamer en dan heerlijk aan het zwembad relaxen! Het is er wel druk, maar we vinden toch nog een plaatsje in de schaduw. Stijn en Leen gaan de glijbaan uitproberen. Aan elk zwembad lifeguards in 'Baywatch'-stijl! Eigenlijk té gek, we zitten hier midden in de zuidelijke woestijn van Nevada aan een prachtige pool met waterval, op wandelafstand van een fantasiewereld gecreëerd rond de meest extravagante hotels!

Het is bijna onvoorstelbaar dat deze stad ooit begon als een nederzetting van mormonen; een handelspost; later een halte op de spoorlijn tussen Salt Lake City en Los Angeles. In 1920 woonden er niet meer dan 2.300 mensen. Nog later werd woestijngebied in de buurt van het stadje opgekocht door 'gangsterbendes' uit New York, die er casino's bouwden om 'zwart geld' wit te wassen. Historisch gezien is het Flamingo (ons hotel dus) het eerste casino, gebouwd rond 1945. In de jaren '70 werd het echter met de grond gelijk gemaakt. Maar op dezelfde plaats verrees een nieuw, nog groter luxehotel. Hiermee was het imago opgepoetst. De aanleg van de 6 ha fraaie tuin met zwembaden en tropische plantengroei, waarin wij nu rustig rondhangen, behoorde tot de latere renovaties.

Omdat de 'room service' gisteren een geweldige meevaller was, beslissen we om dat nog eens over te doen. Daarna maken we ons klaar om de Strip by night te verkennen. Wij hebben gisterenavond al van de sfeer geproefd, maar nu is ook Eddie weer helemaal de oude en nieuwsgierig om onze verhalen te toetsen aan de werkelijkheid. Of kun je dit geen werkelijkheid noemen, eerder magie en illusie?

We banen ons een weg naar buiten tussen de rinkelende gokautomaten. Voor de grap wil ik ook wel eens aan zo'n soort 'fruitmachine' gaan zitten en voor een dollar m'n geluk beproeven. Veel geld is dat niet, maar in één seconde of de tijd van één-druk-op-de-knop ben ik het biljet al kwijt! Meer hoef je immers niet te doen: geld invoeren, knopje drukken, schermpje kijken. Ik begrijp niet hoe al die mensen dat úren volhouden, om maar te zwijgen van het geld dat ze er op die manier ongemerkt doorjagen! Spannender gaat het er alleszins aan toe aan de poker- en blackjacktafels, de roulette en andere kansspelen. Doch dat is al helemaal niets voor ons!

Eindelijk staan we buiten. We worden onmiddellijk overspoeld door drukte, hitte, neonkleuren en lawaai. Maar het is een prettige mix, die hoort bij deze opwindende stad. Door grote lichtreclames wordt de aandacht getrokken voor shows, spektakels, casino's... Overal ook toeterende auto's en zwarte of witte limo's met feestgangers die letterlijk door het (open) dak gaan. Af en toe een bruidspaartje (elk hotel heeft hier wel een wedding chapel!) met de champagneglazen nog in de hand, toeristen in short en T-shirt naast opgedirkte dames en gladde jongens; je kunt het zo gek niet bedenken, of je ziet het wel in Las Vegas!

Recht tegenover ons hotel ligt Caesars Palace, één van de mooiste hotels aan de Strip. Inderdaad, stijlvol met fonteinen, cipressen en reproducties van Romeins beeldhouwwerk. Je hoeft zelfs niet te stappen om het hotel binnen te komen, je rólt binnen! Ons is het vooral te doen om de zogenaamde 'Forum Shops', een winkelgalerij waar de illusie wordt gewekt dat je niet meer in het hotel bent, maar in het antieke Rome.Ook hier moet je, zoals in elk casinohotel, eerst door een doolhof van speelzalen vooraleer te komen waar je wou geraken. Maar het is de moeite waard! Een architecturale fantasie met een piazza, gezellige straatjes, sierfonteinen, beelden... én vooral een firmament als een échte hemel met mooiweerwolkjes! Het lijkt alsof je ergens in Italie in een oud stadje ronddwaalt! Stijn koopt er prompt een T-shirt van Armani!

Wanneer we de Mirage naderen, barst net de 'vulkaan' uit! Deze verheft zich in de exotische voortuin van het hotel, en breekt elke avond om de 15 minuten uit met veel gerommel, vuur en rook!

Voor de deur van het aangrenzende Treasure Island wordt dan weer in een lagune, enkele malen per avond, een 'piratengevecht' gehouden. Spijtig genoeg, is juist het laatste schot gevallen als wij ter plekke zijn. Het is wellicht spectaculair, maar het is ons net iets te druk om hier nog een hele poos te moeten wachten tot de volgende vertoning.

Het Venetian is op zich al een verbazingwekkend bouwwerk; een kopie van het echte Venetië, compleet met Dogenpaleis, Campanile en Rialtobrug! Langs de Strip een stukje 'Canal Grande', waar men een gondel kan huren. Tot onze verwondering zijn er bovendien gondeliers die het beste van zichzelf geven, en met één of andere aria het straatrumoer proberen te overstemmen! Ongelooflijk maar waar!

Wat we zeker niet willen missen, zijn de 'dansende fonteinen' van het Bellagio, weer een hotel dat geïnspireerd is op de mediterane sfeer van het oude Italië. Voor de okerkleurige gebouwen ligt een 3 ha groot meer (en dat midden in een woentijn notabene!) waar op geregelde tijdstippen honderden fonteinen beginnen te spuiten op de maat van prachtige muziek. Mist- en lichteffecten verhogen de spektakelwaarde. De fonteinen gaan zeer hoog en wiegen ook mee op het ritme. Dit is werkelijk een applaus waard!

Tot slot werpen we nog een blik op de verlichte skyline van 'Manhattan' of het New York New York hotel, maar meer wordt het niet want onze kaarsjes zijn uit. We zijn doodop van al dat slenteren! Op de terugweg zien we nogmaals de fonteinen dansen en horen we de vulkaan in de verte bulderen!

DAG 12 : Las Vegas – Death Valley donderdag, 8 augustus

Het Paradise Garden Buffet geniet ook vandaag onze voorkeur. Deze keer moeten we wel een wachtrij trotseren zoals in een pretpark! Al bij al schiet het gelukkig nogal op en met flinke trek storten we ons weer op de overvloedige buffetten!

Omdat we (ten laatste) pas om 12 uur van de kamer moeten en de afstand tot onze volgende halte, Furnace Creek Ranch in Death Valley, slechts een 140 mijl bedraagt, kiezen we ervoor om tot de middag aan het zwembad te blijven. Het heeft immers weinig zin om op het heetste van de dag toe te komen op een plek waar het nóg warmer is en we normaal gezien niet vóór 16 uur kunnen inchecken. Dus wachten we zolang mogelijk met ons vertrek uit dit comfortabele hotel.

Bij het verlaten van Las Vegas nog een laatste blik op al die geweldige hotels. Misschien jammer dat we, door de tijdlimiet, bij de meeste hotels niet verder gekeken hebben dan de blikvangers én het spektakel voor hun deur. Binnen gaat de magie immers verder. Maar Las Vegas is ook een totaalindruk, een onderdompeling in a city that never sleeps! Het is trouwens niet mogelijk om in een tijdspanne van één of twee dagen alle hotels van de ganse Strip én Fremont Street met z'n spectaculaire avondlichtshow (nochtans aangestipt op mijn 'lijstje' maar niet gedaan) te bezoeken. Overdag is het verlammend warm en 's avonds/s'nachts overrompelend druk! Als kennismaking laat Las Vegas bij ieder van ons echter een onvergetelijke indruk achter.We hebben de sfeer geproefd, het kloppende hart van de stad gevoeld, en de gekte een plaatsje gegeven in onze herinneringen.

Zodra we Las Vegas uit zijn - de buitenwijken zijn al heel wat minder glamoureus - volgen we Highway 95. Onderweg gooien we de benzinetank nog eens vol en kopen extra water. Niet in flessen, maar in jerrycans van enkele liters. Ter hoogte van Amargosa Valley, waar de afslag is naar de te volgen route 373, staat op de kaart een rustplaats aangegeven met mogelijkheid om te picknicken. Dat klopt ook, alleen is het er bloedheet en er is nauwelijks schaduw. We parkeren onze auto onder een mieserig boompje. Er is verder bijna niemand. De tafeltjes en banken staan leeg te blinken in de volle zon. Omdat we toch meer dorst dan honger hebben, houden we slechts een korte pauze en blijven in dat ene streepje schaduw. Het is ín de auto trouwens véél koeler door de draaiende airco dan buiten in de trillende hitte!

De route naar Death Valley is op een speciale manier spannend. Een ongekend gebied, maar ook een beetje een ongekende sensatie.

Om de één of andere reden moet ik daarbij denken aan gelezen verhalen over de eerste pioniers die, helft 19e eeuw, naar het westen trokken. De ongelooflijke moed waarmee zij, met volgestouwde huifkarren, hun weg zochten door riskant en onherbergzaam gebied, heb ik altijd fascinerend gevonden. Wat zij presteerden, is bijna niet mogelijk! Eén van die karavanen heeft in déze vallei, voor hun droom naar een beter leven, een hoge prijs betaald! De naam 'dodenvallei' zegt trouwens genoeg.

Daarmee vergeleken, snorren wij nu wel héél comfortabel (lekker koel, eten en drinken binnen handbereik, een muziekje op de achtergrond) over de 190, die recht naar Death Valley National Park voert. Dit is één van de grootste parken van de Verenigde Staten; met in de zomermaanden de hoogste gemiddelde temperatuur ter wereld (rond de 46°C, het record is 57°C geweest in juli 1913).

Langs deze invalsweg, in tegenstelling tot de andere Nationale Parken, geen kassa bij de inkom om te betalen of de National Parks Pass te tonen. Door de extreme hitte is het wellicht ook niet mogelijk om overal posten op te zetten. Enkel daar waar de nodige voorzieningen zijn - zoals Furnace Creek en Stovepipe Wells - kunnen bezoekers terecht voor informatie; en wordt er ook van hen verwacht dat ze de toegangsprijs betalen of hun pas laten zien. Kwestie van vertrouwen. Het grootste deel van de inkomsten vloeit hier, maar ook elders, trouwens terug naar de parkprogramma's voor onderhoud, bescherming van de natuur en onderzoek. Of zoals het zo mooi verwoord staat in één van hun brochures: "Death Valley National Park is eigendom van alle mensen, bewaar het, ook voor de komende generaties. Draag er zorg voor zodat iedereen van zijn intense schoonheid kan blijven genieten."

En het is hier inderdaad mooi op een bijzondere manier. Eigenlijk is het een uitgestrekt aandrijkskundig museum, want de vallei ontstond 3 tot 5 miljoen jaar geleden door aardbevingen en een instorting van de aardkorst. Het is een gebied begrensd door ruige bergketens, een dal met zinderende zoutvlakten, rotsen en subtiele kleuren.

We stoppen bij Zabriskie Point, één van de toeristische hoogtepunten van Death Valley. Het uitzicht op de Golden Canyon is fantastisch. De mosterdkleurige heuvels doen mij denken aan versteend zand. Dodelijk leeg en kaal. We filmen en fotograferen, maar langer dan 10 minuten houden we het niet uit in de zon. Niet voor niets noemden de indianen deze vallei 'tomesha' of brandende grond.

Een boogscheut verder ligt Furnace Creek, een oase in deze woestijn. Aanvankelijk vestigden zich hier gelukzoekers, op zoek naar kostbare ertsen als goud en zilver. De werkelijke mijnenrijkdom van Death Valley bleek echter borax te zijn. In de jaren '50 van de vorige eeuw, werden de laatste ertsaders uitgeput. De bestaande infrastructuur werd daarna omgebouwd voor... toeristen. Er staat een viersterrenhotel, The Furnace Creek Inn, met een behoorlijk prijskaartje! Maar ook de meer betaalbare Furnace Creek Ranch, waar wij een overnachting hebben geboekt. De oase ligt werkelijk als een groene vlek in the middle of nowhere. Deze '19th century historic Ranch' is opgevat als een klein dorpje met naast het onthaalgebouw en de gastenverblijven ook een supermarktje, restaurant, postkantoortje, mini-museum, zwembad en zelfs een golfterrein!

We hebben weer een ruime kamer, op de verdieping, met uitzicht op het groen van het hoger vermelde golfterrein (in dit seizoen wellicht buiten gebruik), palmbomen en in de verte vage bergreliëfs. Het is er heerlijk koel! Bagage uitladen; en nadat we wat bekomen zijn een korte verkenning van deze plek met een bezoekje aan de market. Late namiddag willen Eddie en ik nog tot Badwater rijden, maar Stijn en Leen zijn met geen stokken meer buiten te krijgen. Zij vinden het hier véél en véél en véél te heet! Ok, geen probleem, terwijl zij rustig een douche nemen (zelfs het water dat hier uit de koudwaterkraan komt is lauw!), en languit op bed TV kijken met een cola, trekken wij er nog voor een uurtje of twee op uit.

Badwater ligt ongeveer op 20 mijl van Furnace Creek. Het is een opgedroogd zoutmeer, 85 meter ónder de zeespiegel. Het laagste punt van het westelijk halfrond! Maar... hoe lager, hoe warmer natuurlijk. Wij hebben in ieder geval een grote jerrycan water bij ons. In de folder met veiligheidstips wordt geadviseerd om per persoon minstens vier liter water mee te nemen! Dat lijkt veel, maar dit is een desolaat en uitgestrekt gebied met weinig autoverkeer. Ingeval van autopech is het bijgevolg wachten tot een andere passant of een parkranger hulp kan bieden. Sommige verlaten wegen zijn in de heetste zomermaanden trouwens afgesloten.

De route naar Badwater volgt nu de andere kant van de Golden Canyon, en gaat voorbij Artists Drive en de Devils Golf Course. Mooi in hun verlatenheid, kleuren en gevoel van ruimte.Reeds van ver zien we de zoutpannen van Badwater schitteren in de zon.Het is een eigenaardige plaats. Een uitgestrekte, witte vlakte die zindert van de hitte! Je kunt er over de 'zoutbrokken' wandelen, maar de weinige toeristen die er momenteel zijn, geraken - net als wij - niet veel verder dan het bordje dat aangeeft: "Badwater, 280 feet/85 meters below sea level"! Het lijkt alsof de hitte uit de bodem omhoog kruipt in je benen! Heeft er iemand een oven aangezet?Het is een verademing om terug in de auto te zitten met de airco op volle toeren. Iets wat je zeker niet mag doen bij langere afstanden want dan raakt de motor oververhit.

Persoonlijk kan ik kijken en blijven kijken naar dit speciale landschap. De combinatie van het desolate, de stilte en de buitensporige warmte valt buiten onze normale belevingswereld. Ik vind het een fantastische ervaring!

Rond 18u30 zijn we terug in Furnace Creek. Een snelle douche en dan gaan we eten. Veel keuze is er niet. Eén restaurant, annex bar, die uitkomt in nog een andere eetzaal. Het menu is beperkt, niet bijzonder, maar onze magen zijn weer gevuld.

's Avonds versturen Stijn en ik nog een paar e-mails. In het onthaalgebouwtje is er namelijk een PC voor de gasten. Je moet wel geduldig je beurt afwachten. Bovendien schiet zo'n qwerty-klavier niet erg op en het wegtikken van de tijd (afhankelijk van het betaalde bedrag) maakt mij zenuwachtig. Net voor het afsluiten, toets ik iets verkeerd aan en... weg is mijn brief! Stijn, die alles van computers afweet, belooft om mijn 'verloren' bericht bij een volgende gelegenheid terug op te vissen, want nu is onze tijd opgebruikt.

Door het pikkedonker gaan we terug naar onze kamer. Aan de hemel duizenden sterren. En een nacht die niet veel koeler wordt dan de voorbije dag.

DAG 13 : Death Valley – Mammoth lakes vrijdag, 9 augustus

Het was niet mijn beste nacht. Per vergissing heeft iemand van ons de airco op ventilatie gezet in plaats van op koeling, zodat het veel te warm was om goed te kunnen slapen. Blij dat het ochtend is, hoewel reeds snikheet buiten. Het is slechts een goeie vijf minuten wandelen tot aan het restaurant, nu ontbijtzaal, maar ik voel mij zowaar uitgeput. Een groot glas fruitsap en wat zoutige bacon blijken een goeie remedie. Toch heb ik niet echt veel trek. Het is gewoon te warm om te eten! Het is ook opvallend hoe weinig mensen je hier buiten ziet; zelfs het zwembad wordt nauwelijks gebruikt.Voor de meeste toeristen is Furnace Creek, in dit seizoen, louter een overnachtingsplaats; een plek van waaruit ze een stukje woestijn kunnen verkennen; per auto dan, want wandelen of paardrijden is in deze hitte onmogelijk. Maar... het is ook altijd leuk om eens in een echte oase tussen de palmbomen te kunnen slapen!

Vandaag hebben we nog een mooi stukje Death Valley voor de boeg; om te beginnen richting Stovepipe Wells. Vlak voor dit onooglijk plaatsje, liggen de unieke Sand Dunes: 36 km² door de wind gerimpelde zandduinen, waarvan sommige wel 24 meter hoog zijn. Hier en daar wat verdorde grassen en struiken. Eigenaardig om hier midden in die versteende woestijn plots duinen te zien! Een lap Sahara, even warm en verlaten. Maar prachtig! In Stovepipe Wells is ook een rangerpost, waar we - op vertoon van onze parkpas - weer goede documentatie krijgen en warempel zelfs een folder in het Nederlands!

De route 190 doorkruist nu de Panamint Range, een kale bergketen, met kloven en stenige valleien. Een verbluffend landschap! De weg klimt over de Towne Pass (1.511 m.) en om oververhitting van de motor te voorkomen, wordt - via een bord langs de baan - geadviseerd om de airco uit te schakelen. Op regelmatige afstanden staan hier trouwens reservoirs met water om eventueel de radiator bij te vullen. Zonder airco loopt de temperatuur in de auto onmiddellijk op. En een raampje openzetten is natuurlijk niet meteen de oplossing. Dus zweten maar! Ondertussen rijden we werkelijk door een ruig en onherbergzaam gebied, maar ook dat heeft z'n eigen charme en schoonheid.

Het is al middag gepasseerd wanneer we het (uitgedroogde) Owens Lake bereiken en daarmee eveneens Scenic Route 395. We hebben het Death Valley National Park nu achter ons gelaten en het landschap verandert langzaam van droog en dor in groen met wat schaarse dennenbossen. Voorbij het dorpje Lone Pine rijzen rechts van ons de Inyo Mountains op en links de Sierra Nevada met de 4.418 m. hoge Mount Whitney. Het is moeilijk om niet in herhaling te vallen, want ook deze route is gewoonweg weer prachtig!Eigenlijk kan je in het zuidwesten van Amerika uren rijden, op zeer goede banen overigens, en van de éne verbazing in de andere vallen. Het ene moment trek je door een woest en verweerd landschap, en wat later zit je lekker te picknicken onder de dennen! Bijna overal ook dat gevoel van ruimte, er is nog plaats zat. En, met uitzondering van de steden: geen overvolle wegen, geen bebouwing alom, geen vervuilde horizon.

Ons doel van vandaag, Mammoth Lakes, ligt hoog in de bergen van de oostelijke Sierra. Maar dit is geen traject van gevaarlijke haarspelbochten en ravijnen. De route stijgt bijna onmerkbaar. Het is een gebied van meren en bossen. Alleen het laatste stukje, wanneer we de 395 reeds hebben verlaten, kronkelt verder over de lange Minaret Road naar het hoger gelegen gedeelte van Mammoth Lakes. Wij hebben hier gereserveerd in The Mammoth Mountain Inn, een groot hotel in chaletstijl. Trouwens, alles doet hier aan een Alpendorpje denken, met uitzondering dan van de Amerikaanse vlaggen! Toppunt is echter wel, dat sommige hotels ook namen dragen als 'Alpenhof', 'Matterhorn', 'Austria Hof', 'Edelweiss',...

Het is ongeveer 16 uur als we inchecken, zodat we daarna nog alle tijd hebben om iets te gaan drinken. Tegenover ons hotel is een taverne mét groot terras. Eén van de zeldzame, want gezellig een terrasje doen is aan veel Amerikanen niet zo besteed.Op het moment dat we toekomen, horen we echter dat de bediening buiten al is afgesloten, omdat ze één of andere festiviteit moeten voorbereiden. Maar we mogen zelf onze drankjes binnen gaan halen , om ze daarna op het terras op te drinken. De cola's en biertjes krijgen we mee in plastieken (wegwerp)glazen. Niet zo erg smakelijk, doch het uitzicht op de omliggende bergen en de kabelbaan maakt alles goed. In de winter is dit een ski-oord. Nu een paradijs voor wandelaars, vissers, mountainbikers... die we met een rotvaart naar beneden zien duiken!Het is prettig zitten in het zonnetje, maar lang kunnen we het toch niet rekken, want achter ons beginnen ze stoelen en tafels op te ruimen.

Terug in ons hotel, nog een wasje slaan in de laundry, bagage wat ordenen (want anders worden die valiezen een echte puinhoop, ze worden immers nooit helemaal uitgepakt!), ons opfrissen, uitzoeken waar we gaan eten...Maar vooraleer het zover is, nog een spannende anekdote. Onze kamer ligt namelijk in een zijvleugel van het hotel en de aangrenzende gang komt eveneens uit in de parkeergarage. En net wanneer wij deze gang ten einde zijn, op weg naar buiten, worden we bijna omver gelopen door een jongen van een jaar of zestien. Eerst verstaan we niet goed wat hij zegt, maar de schrik staat in z'n ogen te lezen en hij ziet wel érg bleekjes! Blijkt dat hij het heeft over een 'bear', die hij heeft gezien in de garage! Eerst denken we nog dat het een grapje is, maar neen hoor... er zit écht een kleine beer! De poorten van de grote garage staan open en in de verte zien wij nu ook een donker beertje tussen de geparkeerde auto's. Maar waar is moeder beer?Personeel van het hotel, daar toevallig in de buurt, maakt zich niet erg druk over de aanwezigheid van deze gast. Blijkbaar zijn ze hier meer gewoon! Toch zou ik zelf liever niet oog in oog staan met een beer hoe klein ook; en als ik dan bedenk dat we zojuist enkele keren van en naar de auto zijn gelopen om onze bagage uit te laden...

In het stijlvolle restaurant van de Mammoth Mountain Inn hebben we meteen stof tot napraten. Blijkbaar hebben meer gasten het beertje gezien; en in de loop van de avond ontstaat er nog enige deining voor het raam wanneer iemand opnieuw de ongenode gast meent op te merken in de duisternis van de vallende avond.Tja, nu we de waarschuwingen voor ratelslangen en schorpioenen, eigen aan woestijnachtige gebieden, achter ons hebben gelaten, komen we in het gebied van de Black Bear! In plaatselijke foldertjes altijd een hoofdstukje 'be bear aware', met tips wat te doen en te laten mocht een beer je wandelpad kruisen, of (speciaal voor kampeerders) je tent een bezoekje brengen. Het lijkt soms wat overdreven; en met het woordje 'caution' wordt kwistig omgesprongen! Maar wie zijn wij - die nog nooit een beer of een ratelslang in de vrije natuur hebben gezien! - om daarover te oordelen. Spreekwoorden genoeg om overmoed te temperen!

Ondertussen genieten we van de sfeer, de bediening én het lekkere eten. Dit is een uitstekend restaurant; wat mij betreft, het beste van de hele reis. Overzichtelijke porties, prima steaks, een goed Californisch wijntje... Het is wel niet het goedkoopste (we nemen slechts één hoofdschotel en dat kost ons toch zo'n 120 dollar voor 4 personen), maar een lekkere maaltijd in een leuk en aangenaam kader is zijn prijs beslist waard!

DAG 14 : Mammoth Lakes – Bodie – Yosemite NP zaterdag, 10 augustus

We komen wat laat op gang. In de Matterhorn, waar we gaan ontbijten, is het duidelijk spitsuur en duurt het lang voor er eindelijk een tafeltje vrij komt. Weer een overvloed aan eieren, spek, worstjes, pancakes, French toast, gebakken aardappelen... We kunnen er opnieuw voor enkele uren tegen. Nog wat boodschappen gedaan en dan... op weg. Er staat ons een goed gevulde dag te wachten! Het is zonnig en warm. Uitstekend weer voor een bezoek aan de grootste en beroemdste ghost town van Californië: Bodie. Dit spookstadje ligt hoog, boven de 2.500 meter, in de oostelijke uitlopers van de Sierra Nevada.

Het is één van die typische goudzoekersstadjes geweest, waar samen met het laatste klompje gouderts helaas ook de leegloop begon. Meer dan een eeuw geleden was zuidwest Amerika immers in de ban van de goudkoorts. Een verschijnsel dat de geschiedenis inging als de grote Gold Rush!

We vervolgen nu onze weg van gisteren, namelijk highway 395, met veel bos en uitzicht op witte bergtoppen. Schitterend gewoon! Bij de afslag naar het Bodie State Historic Park, hebben we nog 13 mijl te gaan, waarvan de laatste drie over onverharde weg. Dat geeft veel stof, maar ook het gevoel dat deze plek niet zonder enige moeite te bereiken is. Een groen glooiend landschap. Bijna geen bomen meer. Het stadje duikt op als een prentkaart, met houten huisjes en een kerkje tussen de heuvels van het hooggebergte.

Het was William S. Bodey die hier in 1859 goud vond. Deze vondst lokte vele andere goudzoekers en avonturiers naar de hoge Sierra; er ontstond mijnactiviteit, het stadje begon te groeien en telde rond 1880 al zo'n 10.000 inwoners! Het was één van de ruigste stadjes van het wilde Westen! Maar toen de mijnen waren uitgeput, wilde niemand meer zo hoog in de bergen wonen. Bovendien werd een groot deel van de stad door brand verwoest. In 1932 verlieten de laatste inwoners het gehucht.Bodie werd niet gerestaureerd. De resterende gebouwen bevinden zich nu in een staat van tot staan gebracht verval met indringend resultaat!

Voor een State Park is de National Parks Pass niet geldig, maar de toegang bedraagt slechts enkele dollars. Auto's blijven op de voorziene parking. Hier ook géén cafetaria, benzinestation, souvenirshops... alleen een handvol vervallen huizen en gebouwen (toch nog meer dan 100 of zo'n 5 % van de oorspronkelijke stad), verspreid over de bergflank.

We hebben een brochure gekocht, met uitleg en een plannetje van de 'hoofdstraten', leuke foto's en anekdotes.Persoonlijk houd ik van een plek als deze. Het laat ruimte voor verbeelding; en levert alleszins fotogenieke plaatjes op! De tientallen toeristen die er rondslenteren - en daar horen wij uiteraard ook bij!-, verstoren het effect van verlatenheid, maar beelden uit het verleden zijn toch nooit ver weg. In een paar huisjes kan je binnengaan en zien hoe de mensen toen leefden. Of je kan ongegeneerd door de ramen naar binnen gluren. Hier en daar hangen nog flarden van gordijnen, versleten of te zware meubelstukken werden achtergelaten, door brand geteisterde huisraad slingert nog rond...Het kleine kerkje (the old Methodist Church) vertelt z'n eigen geschiedenis. Het kerkhof ligt op een boodscheut. De mijnen wat verderaf zijn niet toegankelijk.In één van de 'betere' gebouwen is een mini-museum ingericht, met gevonden voorwerpen, kledingstukken, documenten, foto's... Een flardje geschiedenis. Interessant. Hier kan je eventueel ook een drankje kopen, of postkaarten... Voor de deur enkele banken om een moment te verpozen en indrukken op te slorpen.

We verlaten Bodie. Niet omdat er geen goud meer te vinden is, maar omdat we vandaag ook nog aan de andere kant van de Sierra moeten geraken! We volgen dezelfde route terug en komen zo voor de tweede maal voorbij één van de oudste meren ter wereld: het Mono Lake. Dit zeer grote meer is twee en een half keer zo zout als de oceaan en door de daling van de waterspiegel rijzen uit het water grillige tufsteenpieken op. Dat geeft het iets bijzonders. We stoppen bij een uitkijkplaats, waar ook enkele banken en tafeltjes staan, zodat we hier ons laat middagmaal kunnen verorberen.Het is altijd fijn om ergens te kunnen eten waar het tevens aangenaam en mooi zitten is. En het mag gezegd, de Amerikanen hebben oog voor die dingen. Goed onderhouden banen, maar meestal ook goed gelegen halteplaatsen. Reizigers on the road hebben weinig reden tot klagen!

Na onze sandwiches wandelen we tot aan de rand het meer. Van ver leek het helder, maar het heeft een donkere, mysterieuze kleur en er dansen duizenden muggen boven het water. Leen en Stijn roepen in koor dat het hier 'stinkt'! Daar is wel iets van aan, doch je moet het geheel bekijken. Aangespoeld zeewier stinkt ook, maar is de zee daarom minder mooi?Rond het Mono Lake zijn trouwens wandelpaden uitgezet, al dan niet met gids; ook nog diverse activiteiten. Je kan er makkelijk een ganse dag doorbrengen. Het aanpalende Visitor Center is de place to be voor alle info. Van hieruit nogmaals een fantastisch zicht op het Mono Lake Tufa!

Informatie over een State Park zoals Bodie, of een State Reserve zoals het Mono Lake, is eveneens te vinden op de 'California State Parks' website, opgenomen onder mijn Links.

Via de Tioga Pass Entrance rijden we het Yosemite National Park binnen, één van de oudste parken van de VS.De Tioga Pass ligt op 3.026 meter hoogte en is daarom enkel tijdens de zomermaanden open. Vandaag treffen we het bijzonder goed met het weer: droog, warm, heldere hemel... Kortom, ideaal voor deze route over een bijzonder mooie bergpas.Aan de inkom krijgen we deze keer niet enkel de gebruikelijke folders met parkinformatie, maar ook een pamfletje dat waarschuwt:"Warning! You are entering active bear country! Last year, bears damaged hundreds of cars, tents, and backpacks searching for food." Gevolgd door een hele reeks tips."However, bear damage and confrontations are still possible even when you follow all the guidelines!" De kans dat wij een beer tegen het lijf zullen lopen is echter bijzonder klein; door het strakke tijdschema zit een berg- of boswandeling er niet in. Wij houden het bij enkele korte stops; toch even genieten van de adembenemende Tuolumne Meadows, het grootste alpine moerasgebied van de Sierraketen, aan de Tuolumne River. Lieflijk zijn ook de vele kleine meertjes in een decor van groen en ongenaakbare bergtoppen. Voor trekkers is dit vast een paradijs! Let wel, voor een meerdaagse tocht is een zogenaamde 'Permit' vereist.

De Tioga Road doorkruist Yosemite van oost naar west. Onderweg een paar plaatsen waar gecontroleerde branden een surrealistisch landschap hebben achtergelaten: zwartgeblakerde boomskeletten tussen nieuw opschietend groen. Bij het afdalen naar Yosemite Valley vinden de kinderen het wat saai worden. Zij hebben voorlopig genoeg dennenbomen en natuurschoon gezien! Het wordt ook steeds drukker. Misschien omdat het weekend is? De meeste toeristen stromen bovendien allemaal samen in deze vallei, die niet groter is dan zo'n 18 km². Slechts een zeer klein stukje van het park dus, maar Yosemite Valley is beroemd om zijn watervallen, imposante rotsformaties, loodrechte granietkliffen... Hier ook weer een 'village' met volledige toeristische infrastructuur (lodges, winkels, postkantoor, visitor center, enzovoort). Wij hebben er echter voor gekozen om niet in dit al té toeristische (én dure!) dal te overnachten, maar wel even buiten het park in het plaatsje Oakhurst, op een aantal mijlen van de South Entrance.

Dat betekent dat we nu nodig moeten opschieten, want het is al laat in de namiddag. We zitten nog een hele poos tussen de naaldbomen, en zijn nu écht wel overtuigd van de uitgestrektheid van Yosemite!

Wanneer we rond 19 uur kunnen inchecken in de Best Western Yosemite Gateway Inn, zijn we toch weer blij onze hotels op voorhand geboekt te hebben. Geen tijdverlies met zoeken. We kunnen meteen naar onze kamer, nemen een douche of bad en besluiten om in het nabijgelegen Viewpoint restaurant te gaan eten. Het is er best lekker, met als voorgerechtje een slaatje van het buffet.Daarna gezellig op bed TV kijken met nog een drankje. En dan heerlijk slapen want tomorrow there will be another day!

Volgende pagina

Terug naar de Reisverhalenpagina

Terug naar de AllesAmerika.com homepage