Een reis door het zuidwesten van de USA (deel 3)
DAG 15 : Yosemite – San Francisco
zondag, 11 augustus
Om 9u gaat de dag van start. We ontbijten terug in het Viewpoint restaurant en deze keer neem ik eens pannenkoekjes en vers fruit. Daarna de bagage inladen, nieuw ijs in de frigobox, uitchecken. Het wordt routine. Op weg naar Yosemite National Park nog een stop bij een kleine market voor de gebruikelijke boodschappen. Voor de eerste maal wordt mij, bij het uitschrijven van een travellercheque, gevraagd naar mijn identity. Tot nog toe straalde ik blijkbaar genoeg vertrouwen uit om zonder bewijs van identiteit met cheques te kunnen betalen en cash wisselgeld terug te krijgen. Dit in tegenstelling tot Eddie, die áltijd zijn identiteitskaart (of reispas, of rijbewijs, als er maar een handtekening op staat) moet bovenhalen! In feite is dat vrij normaal, doch zoals gezegd, zelf heb ik het maar eenmaal meegemaakt.
Bij het binnenrijden van Yosemite langs de South Entrance zitten we meteen goed voor de afslag en korte rit naar de Mariposa Grove of Giant Sequoias. Dit bos, met een 500-tal mammoetbomen waaronder vele die meer dan 2000 jaar oud zijn en 75 meter hoog, willen we zeker zien. We hebben geluk dat de toegangsweg naar de Grove nog open is voor auto's, want ééns de parking vol wordt deze (tijdelijk) gesloten, en kan je alleen nog met de shuttlebus dit deel van het Nationaal Park bezoeken.
Bij de parking staan al enkele van deze gigantische bomen, verwant aan de Redwoods (die nóg hoger worden!). Langs verschillende wandelpaden kan men dieper het bos intrekken. Er rijdt ook een open treintje, dat een 8 km lange route volgt tot de Upper Grove. Wij beperken ons tot de Lower Grove. Een mooi pad voert voorbij de 'Fallen Monarch', een sequoia die volgens biologen reeds een paar eeuwen geleden is omgevallen, en in 1899 werd gefotografeerd met een gánse cavalerie soldaten op de stam.
Dit ter illustratie van de grootte! Op deze boom mag je nu niet meer klimmen, maar een foto nemen bij de reusachtige wortels kan wel. Alleszins opmerkelijk zijn ook de 'Grizzly Giant', 2.700 jaar oud, en de 'California Tunnel Tree', waar doorheen in 1895 een tunnel werd gekapt groot genoeg voor een postkoets.
Het is aangenaam wandelen in het bos; hier en daar kan je wat uitleg opsteken van een ranger, die als gids toeristen rondleidt. Opvallend is het enthousiasme waarmee deze mensen over hún park praten én over deze bomen in het bijzonder. Je kan de wandeling zo groot of zo klein maken als je zelf wil. Geregeld zien we weer speelse 'squirrels'.
Er staan natuurlijk nog andere bomen in dit bos, maar de sequoias haal je er gemakkelijk tussenuit: door hun omvang en rijzige stammen stralen ze een zekere fierheid uit!
Na het verlaten van de Mariposa Grove rijden we richting Valley.We komen zo voorbij de route naar Glacier Point, maar moeten deze helaas laten voor wat het is. Dit ommetje zou ons teveel tijd kosten. Even vóór Yosemite Village opent de vallei zich en is er een zeer mooi uitkijkpunt: 'Tunnel View', met een fantastisch zicht op de omliggende bergen, zoals de Half Dome, Sentinel Rock en de Cathedral Rocks, maar vooral op El Capitan, een 2.307 meter hoge granieten monoliet!
In de vallei zelf zijn er enkele goed gelegen picknickplaatsen, zoals o.a. 'Sentinel Beach' aan de Merced River, waar wij onze middagstop houden.
Een ruime plek onder de bomen, vrij rustig. Het is warm en een fris pintje zint mij wel! Wanneer je echter in het openbaar - dus ook op een plek als deze - een blikje bier wil opentrekken, dan kan dit alleen op voorwaarde dat je het blikje of flesje niet ziet; door het bijvoorbeeld in een bruine papieren zak te wikkelen. In winkels worden alcoholische dranken trouwens altijd apart in zo'n zak verpakt. En voor jongeren onder de 21 is alcohol al helemaal taboe! Eigenlijk is het gek te bedenken dat zowat iedereen hier wel een wapen op zak mag hebben, maar dat het verboden is om met een paar onverpakte pilsjes de supermarkt uit te wandelen!
Vooraleer Yosemite National Park te verlaten, nog een halte in de buurt van de Yosemite Falls, de hoogste watervallen van Noord-Amerika. Volgens reisgidsen onvergetelijk: het water stort zich van 740 meter hoogte in twee etappes omlaag, de Upper Yosemite Fall en de Lower Yosemite Fall. Het is niet gemakkelijk om een vrije parkeerplaats te vinden, want het is ondertussen behoorlijk druk. Het pad naar de watervallen is in mijn ogen té: te gekunsteld, te voorspelbaar, te breed, te aangelegd... het lijkt wel een oprijlaan naar één of ander paleis. Over het plaveisel slenteren drommen toeristen naar de beroemde watervallen, maar... in deze tijd van het jaar moet je al héél goed kijken om nog een straaltje water te bespeuren! Slechts een klein beetje water sijpelt nog langs de rotswand naar beneden. Alleen de losgewoelde rotsblokken en keien, op de nu droge rivierbedding, laten vermoeden dat het hier in andere jaargetijden heftig kan toegaan.
Persoonlijk kijk ik met gemengde gevoelens terug op Yosemite NP. De hoge Sierra vind ik prachtig, het sequoia-bos beslist de moeite waard, maar de vallei is mij te druk. Wellicht kun je in dit nationaal park fantastische tochten maken, maar dan moet je hier minstens enkele dagen blijven. Wij trekken verder.
Highway 140 gaat via El Portal over Merced. Na al dat boomgeweld komen we in een totaal ander landschap. Kilometers en kilometers, of beter gezegd: mijlen en mijlen, gele heuvels met een paar eenzame boerderijen. Geen koeien of paarden, alleen geel grasland. Het lijkt wel savanne.
Het is ongeveer een goeie vier uur rijden tot San Francisco. Naargelang we naderen verstedelijkt de omgeving. De banen worden breder en drukker. De dag is voorbij wanneer we via de lange Oakland Bay Bridge de stad binnenrijden. De skyline zwemt in mistwolken. Deze typische oceaanmist trekt in grote flarden over de baai en verder landinwaarts. Van ver gezien is het een hallucinant zicht. Maar eens in de stad zijn we hiermee ook de avondzon kwijt!
In tegenstelling tot Los Angeles is San Francisco een compacte stad. Wel veel éénrichtingsverkeer. Maar zonder al te veel problemen vinden we het Ramada Plaza Hotel, vlakbij het Civic Center, op Market Street. Om onze auto te parkeren (20 dollar/nacht!) moeten we aan de achterzijde van het hotel zijn en dat straatje doet mij denken aan de stegen die je vaak in Amerikaanse films ziet met typische brandtrappen en grote vuilnisbakken. Een portier houdt hier echter een oogje in 't zeil. De hotelparking is helaas reeds vol. Daarom eerst inchecken, onze bagage uitladen en dan op een nabijgelegen parking (even duur!) de auto stallen.
Wanneer we uitstappen, schrikken we van de koude! Een paar uur geleden waren we nog blij met elk streepje schaduw, maar nu bibberen we zowat uit onze shorts en T-shirts. Deze kilte zijn we niet meer gewend!
Het Ramada Plaza is een groot hotel. Niet modern, maar met ouderwetse flair en eigenlijk wel stijlvol. Onze kamer is, in vergelijking met vorige hotels, eerder klein en de badkamer zelfs piepklein. Gelukkig is er een soort 'kastkamertje' waar we onze bagage in kwijt kunnen; alles is ook erg netjes. We trekken warmere kleding aan. Blijft de vraag: waar gaan we eten? Het restaurant aan ons hotel heeft een beperkte én dure kaart!
Om nog de stad in te trekken, hebben we weinig zin: we zijn moe, het is koud, het wordt donker en... er lopen wel érg veel zwervers rond in deze buurt. Wellicht doen ze geen vlieg kwaad, maar een gevoel van onbehagen is hoe dan ook niet weg te cijferen. Aan de overkant van de straat is een Burger King en dat hebben we nog niet uitgeprobeerd,dus...
We laten onze bestelling inpakken, want het is er niet bepaald gezellig om zitten; ook hier een nogal haveloos publiek.
In hotels maken ze er trouwens geen punt van dat gasten in- en uitlopen met boodschappen; en op kleding wordt al evenmin veel gelet. Het gaat er in het algemeen veel informeler aan toe dan bij ons.
Zodoende eten wij even later, op onze kamer, smakelijk onze fastfood-maaltijd, TV-kijkend. We vernemen dat vandaag de Golden Gate Bridge afgesloten is geweest, omdat er (weer eens) gevreesd werd voor een terroristische aanslag. Overdrijven ze niet een beetje? In elke nieuwsuitzending is 'de strijd tegen het terrorisme' het hoofditem. Wat er in de rest van de wereld gebeurt, is slechts bijzaak.
Wanneer ik uit het raam van onze kamer kijk, laat ik indrukken, geluid, mist, donkerte en verlichting, het geheimzinnige van een ongekende stad op mij inwerken. Morgen gaan we op verkenning. Is San Francisco zo mooi en boeiend als wordt verteld?
DAG 16 : San Francisco
maandag, 12 augustus
Om geen tijd te verliezen, ontbijten we in het tamelijk dure restaurant naast de lounge van ons hotel. Hier geen overdreven porties. Integendeel zelfs. Eddie bestelt een 'continental breakfast' en krijgt welgeteld één croissant met een fruitsapje en koffie. En verder geen toespijs ofzo hé! Dit is wel even ánders dan al die overvloed van de voorbije twee weken!
We hebben slechts één dag om San Francisco te bezoeken, dus moeten we proberen om er het maximum uit te halen. Dat we daarbij niet verder komen dan de klassieke, toeristische trekpleisters is misschien jammer, maar langs de andere kant ongetwijfeld een niet te missen begin!
Het is slechts een tiental minuutjes lopen tot Powell Street, waar zich een draaihalte bevindt van de wereldberoemde cable car. Er staat al een korte 'file' toeristen aan te schuiven. We kopen tickets (erg mooie!) en sluiten aan. Gelukkig is het zonnig en droog, maar wel frisjes. We kunnen onze truien goed gebruiken.
De kabeltram is een transportmiddel uit 1873; nu zijn er nog drie lijnen in gebruik. Waar wij staan is de cable car turntable, of de draaischijf die nodig is om de trams bij de begin- en/of eindhalte te keren. Als alle passagiers zijn uitgestapt, wordt de tram op de schijf geduwd en met de hand omgedraaid. Het is een eenvoudig maar goed bedacht systeem.
Stijn en Eddie belanden ergens vooraan in de kabeltram en in een flits zie ik hoe Stijn aan zo'n stang buitenboord hangt met de videocamera in de aanslag; Leen en ik staan op het achterplatform. Ideale plek om foto's te nemen. Deze lijn van de cable car gaat over twee steile heuvels: Nob Hill en Russian Hill. De straten van San Francisco slingeren zich trouwens op en neer tussen meerdere heuvels, waarvan sommige bijzonder steil zijn! Tijdens de rit doorkruisen we reeds een aantal pittoreske wijken.
San Francisco was vroeger, vóór de grote Gold Rush, niet meer dan een strategisch punt voor de Spanjaarden, met een handvol inwoners rond het garnizoen en de missiepost. Toen echter in de nabije bergen goud werd gevonden, stroomden migranten uit alle uithoeken van de wereld toe en steeg de bevolking spectaculair! De stad werd belangrijk voor de proviandering, handel en transport. De houten huizen en barakken verspreidden zich over de heuvels. Bij de aardbeving in 1906 verbrandde het grootste deel van de stad, maar de groei was niet te stoppen...
We stappen uit aan Lombard Street, vooral bekend omwille van dat ene steile stukje dat werd aangelegd met acht bochten. Alleen op deze manier kunnen auto's de helling af. Ze zigzaggen stapvoets naar beneden. Voor de voetgangers is er een trap. Dit 'bochtigste straatje ter wereld' is mooi aangelegd, met veel bloemen en lage heggen; een groene slalompiste!
Het eindje wandelen tot de waterkant met z'n vele pieren gaat gelukkig bergaf. We komen uit bij de Hyde Pier, waar verscheidene oude schepen liggen aangemeerd. Deze verzameling maakt deel uit van het San Francisco Maritime National Historic Park; sommige boten kan men bezichtigen. Wij beperken ons tot een wandeling over de pier, met prachtig uitzicht over de baai en het pelikaneneiland Alcatraz. Een trip naar deze voormalige maar vooral beruchte gevangenis hebben wij niet gemaakt. Daar moet je immers enkele uren voor uittrekken en zoveel tijd hebben wij niet op overschot. Misschien een gemiste kans?
In deze buurt bevinden zich eveneens een aantal mooie winkelcentra in oude verbouwde fabrieken, zoals The Cannery (ooit conservenfabriek) en Ghirardelli (voormalige chocoladefabriek); The Cannery staat nu in de steigers omdat er in het voorjaar een hevige brand heeft gewoed. Maar winkelen staat evenmin op ons programma.
Met de bus rijden we tot de noordwesthoek van het Presidio Park, waar The Golden Gate Bridge de oversteek maakt naar Marin County; de brug verbindt daarmee de twee schiereilanden die de natuurlijke ingang vormen tot de San Francisco Bay. Het is er tamelijk druk, maar toch niet overrompelend. Zoals te verwachten liggen de baai én de brug gedeeltelijk in de mist. Maar het is fantastisch om hier te staan en met eigen ogen dít beroemde Amerikaanse symbool te aanschouwen. De Golden Gate is nochtans niet de oudste, noch de spectaculairste van de vijf bruggen die de stad telt, maar wel de meest gracieuze én de meest opvallende dankzij die oranje-rode kleur!
We lopen de brug over. De lengte bedraagt 2,7 km, de overspanning 1.280 meter. De rijstroken voor auto's en het pad voor voetgangers (dit laatste uitsluitend overdag toegankelijk) liggen 67 meter boven het water. De wandeling biedt dan ook geweldige uitzichten. Vandaag blijft de skyline van San Francisco door de mistflarden helaas erg vaag; én het is hier venijnig kil! De wind heeft vrij spel en de zon priemt slechts af en toe door de nevel. Toch geeft het stappen over de brug de voldoening van een unieke ervaring. Je voelt de trilling, je ziet de enorme pijlers en staalkabels van ruim één meter dik, je bént hier gewoonweg!
Na deze fikse heen-en-weer wandeling, nemen wij terug bus 28. Omdat we natuurlijk het traject niet kennen, ontdekken we pas na 10 of 15 minuten dat we de verkeerde richting uitgaan. Dat wordt overstappen. Geen ramp, zo zien we een extra stukje van de stad.
In de straatjes van Fisherman's Wharf veel kleine restaurants, kraampjes, kitscherige winkeltjes...
Eens was dit de plek waar vissers uit Genua en Sicilië zich vestigden en waar de visindustrie van San Francisco begon; nu probeert men vooral toeristen binnen te halen. Visstalletjes met grote, verse krabben, kennen alvast veel bijval. Langs de straat wordt overal in potten en pannen geroerd. Omdat ondertussen de honger ook bij ons flink begint te knagen, zoeken we een vrij tafeltje. Buiten op de stoep zijn de tafeltjes echter schaars, maar het lukt ons een plekje te vinden; weliswaar te midden van de drukte doch dat hoort hier bij de sfeer. Er blijken ook busjes rond te rijden die er nét zo uitzien als cable cars. Natuurlijk worden ze niet ondergronds voortgetrokken door stalen kabels en ze rijden ook niet op een vast spoor. Een beetje nep dus!
Het hart van Fisherman's Wharf is uiteraard Pier 39. Het is er gezellig met straatoptredens en ambiance. Aan het einde van de pier liggen tientallen logge zeeleeuwen op houten aanlegsteigers. Het stinkt er verschrikkelijk, maar dit is dé attractie die hoort bij Pier 39. De zeeleeuwen worden als echte sterren doorlopend gefotografeerd!
We zien een vlucht pelikanen voorbij vliegen... de ferry die naar het grijze Alcatraz vaart... boten die door de baai stomen...
Aan de andere kant van de pier een schitterend uitzicht op de jachthaven en de stad met de Transamerica Pyramid, die met z'n 260 meter het hoogste gebouw is, gelegen in het Financial District.
We wandelen voorbij kleurrijke fruitstalletjes; bij ons te vinden op elke markt, maar hier eerder uitzonderlijk. Ze vallen ons meteen op!
San Francisco verkennen, dat is stappen. Met een grote boog gaan we nu via The Embarcadero naar Filbert Street, één van de steilste straten van de stad! Langs de oostelijke kant van de heuvel gaat de straat over in trappen. Deze Filbert Steps brengen ons tot boven op Telegraph Hill, voorbij knus gerestaureerde huisjes, wild begroeide muren, bloemen, prachtige kijk op de Oakland Bay Bridge. Dit is weer een heel ánder San Francisco. Ik heb de trappen niet geteld, maar het waren er veel, zeer veel! Een prima conditietest!
Op het topje van de heuvel, staat de Coit Tower, een betonnen zuil die een excentrieke filantrope in 1933 heeft laten bouwen als eerbetoon aan de brandweer van de stad. In de toren muurschilderingen gemaakt door toenmalige, werkloze kunstenaars (niet bijzonder) en een souvenirshop. Je kan met een lift naar het observatieplatform, maar dat is vrij duur en eigenlijk heb je aan de voet van het bouwwerk ook al een spectaculair zicht over de stad. We nemen de tijd om even uit te blazen.
Aan de westkant van de heuvel heeft Filbert Street geen trappen, maar gaat het behoorlijk schuin. Wij zijn blij dat we niet bergop maar bergaf moeten! Voor de bewoners is dit klimmen en dalen echter dagelijkse kost, chapeau!
De namiddag is al aardig opgeschoten. Eigenlijk willen we nog naar Chinatown, maar dat loopt anders. Om te beginnen, blijkt het onmogelijk te zijn om de kabeltram, die door Chinatown gaat, aan de geplande tussenhalte te nemen. De overvolle trams rijden immers doodleuk door!
Dus hebben we de keuze: ofwel te voet naar Chinatown, maar dat is over twee heuvels (!); ofwel wandelen we naar het beginpunt van deze lijn en schuiven daar aan in de rij. Dat laatste wint het pleit. Bovendien zien we een tweede ritje in dit 'rijdend monument' wel zitten. Dit kun je alleen in San Francisco!
Aan de draaischijf staat al een heuse file! Ik denk dat het wachten ons toch wel 45 minuten heeft gekost! Ondertussen is de zon definitief achter avondwolken verdwenen.
We zitten nu op één van de banken vooraan, vlak bij de gripman die met veel show de 'grijper' (op de kabel) en de rem bedient. Een stukje stad flitst nog eens aan ons oog voorbij. En bij Stijn wel erg letterlijk, want hij krijgt een stofje in zijn oog, en vermits hij lenzen draagt, heeft hij de pech dat het blijkbaar achter z'n lens blijft zitten en begint te irriteren. Omdat hij er behoorlijk last van heeft, besluiten we om niet af te stappen in de buurt van Chinatown; maar door te rijden naar de eindhalte op Market Street, ons beginpunt van deze ochtend. Het is trouwens al 19 uur en er valt weer een grijzige kilte over de stad. De dag is omgevlogen!
Maar daarmee valt ook ons vage plannetje om in Chinatown, of op Union Square, iets te gaan eten in duigen. En op weg naar ons hotel komen we zo goed als geen restaurants of winkels meer tegen. Wel weer veel daklozen en haveloze figuren. Sommigen met hun hele hebben en houden in een winkelkarretje. Wie hier uit de boot valt, moet zich op straat zien te redden. Overleven. Afhangen van liefdadigheid. Het contrast tussen arm en rijk is in ieder geval erg groot.
Eens in ons hotel en het probleem van de lenzen opgelost, moeten we natuurlijk nog wat te eten vinden. In de koffieshop naast ons hotel zijn belegde broodjes te krijgen. Niet meteen onze eerste keuze, maar op dit moment het meest voor de hand liggende. Market Street is immers geen buurt die uitnodigt om 's avonds nog een wandelingetje te maken.
Eigenlijk is één dag te weinig voor een fascinerende stad als San Francisco. Wij hebben maar een paar hoekjes gezien. Toch genoeg om er met enthousiasme op terug te blikken en de deur op een kier te houden!
DAG 17 : San Francisco – Santa Barbara
dinsdag, 13 augustus
Naargelang de vakantie vordert, vertraagt blijkbaar ook ons ritme! Leen en Stijn geraken al wat moeilijker uit hun bed, we blijven wat langer aan de ontbijttafel hangen... Nochtans, we hebben vandaag een tamelijk lange rit voor de boeg: 340 mijl.
We verlaten San Francisco via de Interstate 280, doorheen verscheidene voorsteden en langs Silicon Valley, sinds de jaren '70 wereldcentrum van de computerindustrie. Tegen de middag zijn we in Monterey, eens de Spaans-koloniale hoofdstad van Californië. Halverwege de 19e eeuw verhuisde de Californische regering echter naar Sacramento, maar Monterey bleef een levendig en aantrekkelijk stadje. We stoppen bij het Visitor Center voor wat informatie over de streek. In een nabijgelegen market slaan we een 'laatste' voorraad broodjes, beleg, koekjes, fruit en drank in.
Aanvankelijk wilden we hier ook de 17-Mile Drive rijden, maar we moeten onze plannen bijsturen. De dag is al een eind gevorderd en een overhaaste rit heeft weinig zin. Ik had anders wel eens graag de Lone Cypress gezien; de meest gefotografeerde boom ter wereld, die eenzaam op een rots over de oceaan uitkijkt!
Vanaf Monterey nemen we Highway 1, de kustweg door een ongelooflijk mooi en ruig landschap. De schrijver Robert Louis Stevenson noemde dit gebied: de mooiste ontmoeting tussen land en zee ter wereld!
Aan de ene kant ligt de Pacific met stranden, baaien en klippen, aan de andere kant heeft men de bergen. Het grootste gedeelte van de kust tussen Monterey en San Luis Obispo is trouwens opgenomen in State Parks.
Even voorbij Carmel houden we een picknick-pauze op het strand. Het is een prachtige baai, weinig volk, fantastisch zicht op de branding van de oceaan. Hoge golven spatten uitéén op rotsblokken en rollen schuimend het strand op. Zwemmers of surfers zie je hier nergens. Waarschijnlijk te gevaarlijk én ook wel erg koud water! Mist komt en gaat. Helemaal helder is het niet. De weerkundige uitleg weet ik niet precies, maar deze nevel zou typisch zijn voor de zomermaanden.
Ik zou op deze plek best een paar uren kunnen blijven, genietend van de rust, het geruis van de golven, de natuurlijke schoonheid...
We moeten echter verder, want Highway 1 nodigt niet alleen uit om veel te stoppen op verbluffende View Points, maar schiet door de vele bochten ook traag op!
Tussen Carmel en Big Sur rijden we over de Bixby Creek Bridge, een fotogenieke boogbrug uit 1932, die jarenlang de grootste enkelvoudige overspanning ter wereld was.
De kustlijn van Big Sur is trouwens één van de mooiste stukken langs Highway 1. Heel speciaal is onder andere de McWay Creek-waterval, die zich van een 30 meter hoge kaap op het strand stort. Vermits dit beschermd gebied is, kan je er wel niet heel dichtbij. Een aangelegd wandelpad geeft echter een goede kijk op dit idyllisch stukje strand; een pittoreske inham; vogels die komen drinken aan het neerstortende water en opfladderen wanneer golven aanrollen.
Nabij het dorp San Simenon kan je ook het beroemde Hearst Castle bezoeken, gebouwd door mediamagnaat en miljonair William Randolph Hearst. Voor toeristen worden rondleidingen georganiseerd. Ons interesseert dit kasteel, in Amerikaans-Spaanse stijl met z'n 165 kamers en parktuin, minder. Amerikanen schijnen er nochtans dol op te zijn, en wegens de grote toeloop moet men dan ook tijdig reserveren. Maar zoals gezegd: ons kan het niet boeien en bovendien is deze dag sowieso al te kort!
Hier en daar zien we nog groepjes pelikanen! Alleen jammer dat de zon er bijna niet meer doorkomt. De mist hangt als een sluier over de oceaan.
In Morro Bay verlaten we Highway 1 en nemen verder de Interstate 101 tot Santa Barbara, onze eindbestemming voor vandaag. Dat betekent toch nog een goeie 2 1/2 uur rijden. We proberen wat op te schieten, want de zomeravond valt hier vroeg en om 20u is het al donker!
Dit laatste stuk is er eigenlijk wat te veel aan, maar bij de voorbereiding van zo'n reis is het soms ook erg moeilijk om goed in te schatten wat je op een dag allemaal wil zien en doen en hoe je daarbij met de beschikbare tijd omspringt. Misschien was het beter geweest om een halte vroeger te boeken?
Om 20u45 komen we toe in de Best Western Pepper Tree Inn, helemaal gebouwd in Spaanse stijl. Zo laat zijn we nog nooit geweest, maar er wacht ons een erg ruime en comfortabele kamer én... enkele kleine attenties zoals een schaaltje met vers fruit en een krant! Dit is een motel met stijl, twee prachtige zwembaden, vriendelijke receptie. We laden snel onze bagage uit, want in het aangrenzende restaurant wordt nog nét bediend. Een warme hap, een warme douche en dan heerlijk vanop ons bed TV kijken, met een drankje bij de hand. Programma's waarin de één of andere 'priester' in naam van God 'mirakels' verricht, blijken hier nogal in trek te zijn. Wat een show! Leen ligt bijna dubbel! Voor ons een grappige noot, maar Amerikanen denken daar toch anders over. Althans, als je ook mag afgaan op het aantal kerkgebouwen dat je hier overal aantreft, zelfs in de kleinste dorpen.
Het was weer een dag boordevol nieuwe impressies, beelden om nooit meer te vergeten. We vallen als een blok in slaap!
DAG 18 : Santa Barbara
woensdag, 14 augustus
We hoeven ons helemaal niet te haasten. Vandaag en ook morgen hebben we immers uitgetrokken om uit te blazen van de rondreis. Voor Leen en Stijn betekent dit: uitslapen, aan het zwembad liggen én shoppen! Wij willen echter wel iéts meer zien van het stadje.
Nergens in de streek is de Spaanse erfenis zo goed merkbaar als in Santa Barbara! Vooral in het downtown's Historic Arts District, met leuke winkeltjes, galerijen, kleine restaurants én terrasjes! De meeste huizen zijn in Spaanse stijl opgetrokken, met rode pannendaken; veel bloemen en palmbomen. Niet zo echt Amerikaans allemaal, maar gezellig!
Ons hotel is iets buiten het centrum gelegen, zodat we de auto nodig hebben om ons te verplaatsen. Bij het verlaten van onze kamer al meteen twee prettige verrassingen: 1) de krant ligt voor de deur, 2) de autoruiten werden gratis en voor niks gewassen; achter de ruitenwisser een kaartje with compliments of te Pepper Tree Inn. Een aanrader,deze Best Western!
In de voormiddag verkennen Eddie, Leen en ik de Paseo Nuevo, een web van autovrije winkelstraatjes, met merken als 'Gap', 'American Eagle Outfitter', 'Armani'... En natuurlijk wordt er ook weer wat gekocht! Dat hoort nu eenmaal bij vakantie!
Op de middag willen we wel eens zo'n Mexicaans eettentje uitproberen. Omdat ze er echter geen visa, noch travellercheques accepteren, moeten we eerst wat cash bijtanken. Terwijl Leen en ik op een bankje in het zonnetje blijven wachten, gaat Eddie naar de Bank of America om enkele cheques in te ruilen. Dat duurt en blijft duren. Wanneer hij uiteindelijk opdaagt, blijkt dat het tonen van identiteitspapieren bij deze bank alvast niet voldoende was; er werden ook nog vingerafdrukken genomen! En dat allemaal voor amper 100 dollar! Is dit om te lachen of te huilen? Wij kunnen er in ieder geval om lachen en voegen deze anekdote bij al die andere leuke reisherinneringen!
Leen en ik bestellen een taco. De vulling van deze gevouwen tortilla kun je zelf kiezen. Het ziét er allemaal even smakelijk uit, dus doen we een gokje. Mijn keuze valt spijtig genoeg nogal 'vettig' uit; terwijl Leen na twee happen van haar taco al drie glazen water nodig heeft omdat het ontzettend pikant is! Niet echt een meevaller.
Wanneer Stijn ziet welke leuke broek en trui ons Leen gekregen heeft, spijt het hem al een beetje dat hij niet mee geweest is. Maar morgen komt er nog een dag en kan hij wellicht ook zijn slag slaan.
Opvallend in deze modewinkels zijn de pascabines die, in tegenstelling tot onze (vaak) benepen hokjes, echte kleedkamertjes zijn! In Amerika is alles nu eenmaal wat groter! Of misschien hebben de mensen een maatje meer, hoewel... het gezegde dat "Amerikanen dik zijn" moet ik toch tegenspreken. Sommigen zijn struis, ja. Maar het merendeel, zeker in een staat als Californië met z'n strandcultuur, ziet er net zo uit als de doorsnee Europeaan. Slank. Mollig. Een beetje van alles dus.
Ook wat betreft kleding, heb ik de indruk dat het felle Hawaïhemd of de onmogelijke combinaties achterhaald zijn. Je vindt hier trouwens tamelijk veel merken die bij ons eveneens in de rekken hangen; wat niet meteen wil zeggen dat de stijl identiek is. Smaken zullen altijd wel enigszins blijven verschillen.
In de namiddag gaan Eddie en ik terug op stap; Stijn en Leen blijven luieren aan het zwembad.
Eerst rijden we tot aan de Old Mission Santa Barbara, de enige missiepost in Californië die sinds zijn vestiging, in 1786, in gebruik is gebleven. Het waren de Franciscaner paters die in 1769 vanuit San Diego langs de kust begonnen met de bouw van 21 missieposten, telkens op een afstand van ongeveer 30 km (of een toenmalige dagreis) van elkaar. De missiepost van Santa Barbara was de tiende in de rij. Ze werden gebouwd met de bedoeling de 'heidense' indianen te bekeren. Meer dan eens werd de missie getroffen door een aardbeving, maar telkens opnieuw opgebouwd of hersteld volgens het oorspronkelijk ontwerp.
De Santa Barbara Mission ligt tegen de heuvels in het bovenste gedeelte van de stad, tussen groen en met een wijds uitzicht over de benedenstad en de Grote Oceaan. Die paters wisten hun plekje wel te kiezen! Binnen kan je ook een paar kamertjes bezichtigen, maar dat stelt niet zoveel voor en is vooral toegespitst op de verkoop van eigen (?) werk en souvenirs.
Via State Street rijden we vervolgens naar het strand en de pier. Langs deze hoofdstraat én z'n zijstraatjes tal van kleine kunstgalerijen, winkeltjes met leuke snuisterijen, restaurants...
We geraken de auto makkelijk kwijt op een betaalparking en lopen het laatste eindje tot het strand. Dat strekt zich breed voor ons uit, maar met opvallend weinig zonnekloppers. Door de oceaanbries is het natuurlijk ook niet écht warm! Ideaal voor de jacht- en zeilboten.
We wandelen eerst de pier af. Hier geen kermisdrukte zoals op de pier van Santa Monica, maar wél enkele giftshops, een paar restaurants én een parking! Wie rijdt er nu in godsnaam met z'n auto een houten pier op? Wij voorlopig nog niet, maar als we de menukaart van het Moby Dick Restaurant bekijken, lijkt het ons wel een leuk idee om hier vanavond te komen eten. Het restaurant is prachtig gelegen boven het water. Op de prijzen letten we even niet. Dit is ten slotte onze voorlaatste avond!
Op het einde van de pier, in volle wind, is het in T-shirt en short wel erg frisjes en dus keren we terug naar de wandelboulevard naast het strand. We lopen door tot de jachthaven. In één van de reisgidsen had ik gelezen dat hier de legendarische Moreton Bay vijgeboom staat, een zeer oude boom geplant in 1877. Wij hebben hem echter niet gevonden.
Tijd voor een kopje koffie. Op State Street pikken we een terrasje uit. Het is er aangenaam verpozen, alleen wordt die koffie weer geserveerd in wegwerpkopjes!
's Avonds gaan we dus tafelen in het Moby Dick Restaurant, waar we een mooi plekje krijgen aan het raam, met uitzicht over het water, de boten, de ondergaande zon... Dat laatste is bloedmooi! Aan het tafeltje naast ons neemt men er foto's van. Ik had het ook moeten doen.
We eten lekker én duur. 127 dollar. Maar we hebben er dan wel een ontzettend mooie zonsondergang bijgekregen!
DAG 19 : Santa Barbara – Los Angeles
donderdag, 15 augustus
Vandaag willen we nog een laatste keer in een Denny's ontbijten. Vlak bij ons hotel is er één, dus lang moeten we niet zoeken. Ieder van ons bestelt zowat naar gewoonte z'n favoriete ontbijt. Zelf heb ik tijdens deze reis heel veel eiergerechten met krokant gebakken spek en toast gegeten. Soms al eens afgewisseld met pannenkoekjes, zeg maar pannenkoeken, niet groot maar dik, dus je zit meteen vol!
En nu ik het toch over het eten heb: in het algemeen zijn wij niet echt kieskeurig, maar hier in Amerika hebben wij eigenlijk vrij eenzijdig gegeten. Enerzijds omdat het zoeken naar restaurants geen prioriteit was; anderzijds omdat we gewoonlijk ook op veilig speelden, door iets te bestellen waarvan we op voorhand wisten wat we ongeveer konden verwachten. Zo werd het 's avonds veelal pasta of een steak. Wat dat laatste betreft: de steaks zijn hier werkelijk uitstekend! Altijd prima gegrild zoals gewenst.
Verder kochten wij voor onze picknick een soort zachte sandwiches, kaas, chocolade, bananen en appelen, koekjes...
De meeste winkels die wij op onze route aandeden, hadden trouwens weinig meer te bieden, vooral wat betreft verse waren. Maar nogmaals: wij hebben niet speciaal gezocht. We sloegen gewoon onze voorraad in waar zich een gelegenheid voordeed, zonder al te veel tijdverlies.
Nochtans vraag ik mij af, hoe andere reizigers dit aanpakken? Eten zij ook vaak hetzelfde? Of trekken zij meer tijd uit voor het zoeken naar winkels en restaurants?
Na het ontbijt, terug naar de Paseo Nuevo, want Stijn wil nu toch ook eens een kijkje gaan nemen in deze leuke winkelstraatjes. Aangenaam om te flaneren, maar de zon breekt moeilijk door. Wanneer het rond de middag nog altijd mistig is, beslissen we om door te rijden naar Santa Monica, begin- en eindpunt van deze reis. Daar willen we nog even genieten van het strand en van Third Street Promenade met z'n gezellige drukte. We volgen eerst een stukje Interstate 101 en dan opnieuw Highway 1. Zo komen we voorbij Malibu. De strandhuizen van de 'rijken' zijn echter goed afgeschermd, en voor het overige zien we alles slechts in een flits omdat we de baan niet verlaten. Wanneer we tegen 15 uur de voorsteden van L.A. naderen, breekt de zon door. En als we even later de auto parkeren naast het strand, is het terug zomers warm. Precies zoals het was toen we hier toekwamen en ons avontuur nog moest beginnen!
We slenteren richting Third Street. Deze omgeving is ons al bekend en doet meteen vertrouwd aan. We zoeken een terrasje uit om een hapje te eten en lopen nog wat winkels in en uit. Een paar aankopen. Enkele foto's. Maar het afscheid hangt al in de lucht. Tot slot wandelen we nog een keertje over het strand, voorbij de 'Baywatch'-hokjes, tot aan het water. De golven komen en gaan, op de pier draait het rad, in de verte een paar bootjes... de zon zakt steeds verder weg. De dag is voorbij, zo'n laatste blik doet altijd een beetje pijn.
Onze laatste nacht hebben we geboekt in het Los Angeles Hilton Airport Hotel, zoals de naam reeds zegt: een luchthavenhotel. De kamer is heel comfortabel en ruim. We halen de auto nu helemaal leeg, want dit is het definitieve eindpunt. Morgenochtend zullen we 'onze' Buick terug inleveren. We hebben samen bijna 5.000 km afgelegd. Door het stof en de hitte van woestijnen, de bergen, de steden... Ongelooflijk, hoeveel we tijdens deze vakantie hebben gezien!
We gaan eten in één van de restaurants van het Hilton. Stijn bestelt nog een keertje een 'New York' steak. Kwestie van de lijn tot het laatst door te trekken. Veel zakenmensen ook in dit hotel. Alles heel verzorgd.
In het zogenaamde Business center van het hotel kunnen we op internet en zodoende versturen we nog enkele e-mails. We houden het echter kort, want de betaling is met visa en elke minuut tikt aardig aan.
Daarna in onze kamer nog iets drinken, TV-kijken, een lekker bad nemen, de verzamelde documentatie sorteren...
DAG 20 en 21: Los Angeles - Frankfurt - Brussel
vrijdag en zaterdag, 16 & 17 augustus
Dit is zo'n dag waar ik van baal. Ons vliegtuig vertrekt pas om 19 uur vanavond, maar in deze buurt valt er helaas weinig te beleven. Nadat Eddie en Stijn de auto hebben ingeleverd, wat erg makkelijk en vlug gaat, blijven we nog een poosje in het hotel rondhangen. Ontbijten, bagage goed inpakken, overbodige rommel in de papiermandjes proppen, en ja... dit is ook het einde van onze (ondertussen enigszins gehavende) frigobox.
We geven de bagage in bewaring aan de receptie, zodat we de handen vrij hebben om nog wat rond te kijken in de hotelwinkeltjes; kopen een laatste souvenir en een paar tijdschriften voor in het vliegtuig.
Het kriebelt om te vertrekken, want we zijn uiteraard niet vertrouwd met zo'n grote luchthaven als LAX, en evenmin kunnen we goed de tijd inschatten die nodig zal zijn om hier, met de huidige veiligheids-maatregelen, in te schepen.
Met het hotelbusje zijn we in enkele minuten tijd bij de toegang tot de Tom Bradley International Terminal, waar de meeste intercontinentale vluchten vertrekken. Aan de check-in van Lufthansa staat een ellenlange file, maar dat blijkt nog voor een eerdere vlucht te zijn. Wachten dus.
Daarna gaat het inchecken vlot. Er wordt wel uitdrukkelijk nagevraagd of er geen scherpe voorwerpen ( zakmesjes, nagelschaartjes, spelden...) in de handbagage zitten en of we alles zelf hebben ingepakt.
Ook de persoonlijke controle verloopt efficiënt, zonder noemenswaardig oponthoud. Ons Leen moet wel haar sportschoenen uittrekken, zodat die apart kunnen gescreend worden, en de tas van de videocamera wordt eveneens grondig onderzocht. Blijkbaar let men toch altijd op specifieke zaken. De stroom passagiers, eigen aan zo'n enorme luchthaven, wordt echter goed opgevangen en vrij vlug zitten we in de transit.
We hebben nog enkele uren te wachten! Buiten glinstert de zon op het tarmac en op de grote boeings met verre bestemmingen. Dezelfde zon schittert nu wellicht ook over de Grand Canyon, de tafelbergen van Monument Valley, de hoodoos van Bryce... al die fantastische plekken waar we geweest zijn en die een onvergetelijke indruk hebben nagelaten!
De vlucht terug is een halfuurtje korter. Nog meer dan lang genoeg natuurlijk! We hebben ongeveer dezelfde plaatsen in het vliegtuig als bij de heenvlucht. Even na het opstijgen, een maaltijd en dan worden de lichten gedoofd en de meeste luikjes aan de ramen gesloten, zodat 'de nacht' kan invallen. Echt slapen blijft toch moeilijk, vind ik.
Opstijgen om 19u en tien en een half uur vliegen, betekent dat we volgens onze huidige biologische klok om 05u30 landen, doch nu moeten we er negen uur bijtellen, dus in Frankfurt is het al 14u30!
Daar een wachttijd van ongeveer drie uur, maar na zo'n lange vlucht lijkt Brussel opeens naast de deur. En inderdaad, dat uurtje vliegen is zo om!
In Brussel-Zaventem loop je als EU-burger zó door de douane; bagage van de band halen; en gelukkig staat de man van de reisorganisatie met z'n busje ( zoals afgesproken en besteld ) reeds te wachten. We kunnen meteen instappen om naar ons huis en naar het-leven-van-elke-dag terug te keren!
Terug naar de Reisverhalenpagina
Terug naar de AllesAmerika.com homepage
|