AA Home > Reizen en vakantie > Reisverhalen > Petra's zuidwest reis

Petra's reis naar zuidwest-Amerika (2003)

Ga naar pagina: 1 | 2

Dit is het verslag van onze (Rick, Petra en 3 kinderen (Katja-13, Kai-11 en Saskia-7)) reis naar het zuidwesten van de VS eind juni 2003. We wonen in Noord-Virginia en vlogen dus weg uit Washington DC. Ik woon al 19 jaar in de VS en verontschuldig me van tevoren voor fouten in mijn Nederlands.


Woensdag, 25 juni, 2003

We hadden een vroege middag vlucht, dus hadden alle tijd om uit huis te vertrekken, wat heerlijk was, want het is nooit makkelijk om ons alle 5 op tijd in de auto te krijgen. Gewoonlijk nemen we onze minivan naar het vliegtuig, maar we besloten dit keer van de traditie af te wijken en een taxi te bestellen. Rick had de avond tevoren gebeld en uitgelegd, dat we een grote taxi nodig hadden, groot genoeg voor 5 personen en heel wat baggage.

Helaas werd daar niet zo naar geluisterd en er stond op de afgesproken tijd een gewone taxi voor de deur. Natuurlijk kon de baggage er niet zomaar in en wij eigenlijk ook niet. Een van de kinderen zou in het midden voorin moeten, wat ik maar zeer matig vond, maar ja. De baggage werd met elastieke koorden vastgezet, ook niet ideaal, maar het werkte. En toen waren we op weg.

We hadden fijne vluchten, een beetje vertraging door het weer van Chicago naar Las Vegas, maar niet veel (kan soms uren zijn in de zomer). We hadden een Ford Expedition gereserveerd met Hertz, omdat, toen ik boekte, de grotere Excursions (echt enorme SUV’s!) niet voorradig waren. Toen we de auto ophaalden, drukte ik Rick op zijn hart om er toch nog eens naar te vragen, vooral toen we de Expedition zagen en ons realiseerden, dat het maar krapjes zou gaan met de baggage en we zouden toch heel wat tijd in de auto doorbrengen. We hadden geluk: een grote zwarte Excursion kwam voorrijden. Wat een heerlijke auto (nou ja, niet echt de goede naam voor zo’n bakbeest) was dat! Alle baggage paste achterin en iedereen had heerlijk de ruimte. Maar ik durfde hem niet te rijden, veel te groot! Dus Rick ging eraan en heeft de hele vakantie echt bewonderenswaardig gemaneuvreerd, vooral in parkeerplaatsen was dat soms een uitdaging. Op naar ons eerste hotel, het Caesar’s Palace aan de strip in Las Vegas. We kregen een upgrade naar een suite, wat blijkbaar vrij normaal is als je maar een nacht in een hotel in Las Vegas boekt. Goed om te weten! We hadden alle 5 ons eigen bed, wat altijd heerlijk is.

Nadat we alle baggage naar boven hadden gekregen, gingen we eten bij Nero’s, het steak restaurant van Caesar’s Palace. Het eten was heerlijk, maar de service maar redelijk. We hadden een heel dikke waiter, die volgens Rick bij iedere beweging zo buiten adem was, dat hij eerst even 5 minuten moest bijkomen. Misschien niet zo aardig, maar hij toonde zich geergerd bij iedere vraag en we zijn toch echt geen veeleisende klanten. Toch was het een gezellig dinertje met zijn vijven.

Het Caesar’s Palace is overigens gigantisch, net als all hotels in Las Vegas. In november logeerden we bij MGM Grand en ook dat was een mini dorp. Caesar’s Palace is helemaal gedecoreerd met Romeinse beelden en fonteinen, erg mooi. Ook zit er een shopping mall aan vast, maar daar hadden we dit keer geen tijd voor. Celine Dion is hun paradepaardje op het moment en haar gezicht staat zelfs op de casino chips.

Na het eten waren de kinderen doodmoe, maar Rick en ik wilden nog even het casino uitproberen. Dus bleef Katja oppassen en speelden wij Blackjack (en we verloren natuurlijk, maar we zijn geen grote gokkers en spreken altijd van te voren af hoeveel het spelen ons waard is, zodat we altijd de lol van het spelen eruit krijgen). Toen Rick de overgebleven chips aan het omwisselen was, zag ik een $1 slot machine en stak er voor de grap een dollar in. En hup, drie keer “BAR” en $10 winst. Niet veel voor de echte gokkers, maar ik vond het prachtig!

Donderdag, 26 juni, 2003

We stonden vroeg op, want ik had om 17 uur een tafel gereserveerd bij het beroemde El Tovar hotel bij de Grand Canyon. We hadden geluk, dat Arizona niet meedoet aan de zomertijd, want zo bleven we in dezelfde tijdzone.

Na een snel ontbijt in het buffet restaurant in Caesar’s Palace (het eten was goed, maar ik wou, dat ik a la carte had besteld, want de dame naast ons had een heerlijk uitziend bord vol verse bessen en fruit), begonnen we onze eerste lange rit van de vakantie.

Ongeveer een uur nadat we Las Vegas hadden verlaten, zagen we opeens Lake Mead aan de linkerkant. Wat is dat een blauw meer, naast alle rode steen! Een paar minuten later arriveerden we bij de Hoover Dam, de grootste dam van de Verenigde Staten. Hier parkeerden we en liepen wat rond om alles te zien. We besloten geen tour te nemen, vanwege onze reservering bij de Grand Canyon. Buiten was het ontzettend heet, het heetst van de hele vakantie, vonden we allemaal. Maar wel een erg indrukwekkende dam! De rest van de rit door heel droog Noordwest-Arizona leek eindeloos. Hoewel de “dirt devils”, kleine tornado’s van stof, interessant waren, was er verder niet veel te zien. Ook verbaasde het ons, komend van de vrij dichtbevolkte oostkust, dat er mijlenlang geen restaurant of truckstop te zien was, ook al reden we op een Interstate (snelweg). Eindelijk vonden we een truckstop en aten snel lunch.

We kwamen net op tijd bij de Grand Canyon aan om in te checken en daarna meteen bij de El Tovar te gaan eten.

Toen we bij de Maswik Lodge incheckten (waar ik nogal wat negatieve commentaren over had gelezen, voor we weggingen, maar de kamer was prima, alleen nogal oud), lazen we, dat er geen airconditioning in de kamers was. Nu heb ik ontzettende moeite om in de hitte te slapen, dus dat vond ik maar niets. Gelukkig bleek, dat het na zonsondergang heel gauw afkoelde en dat het ’s ochtends zelfs koud was in de kamer (wel met alle ramen en deuren open, dus misschien niet zo veilig, maar ja).

De eerste blik op de Grand Canyon was fantastisch, zoals iedereen had voorspeld. Het was een wat heiige avond, dus we konden niet ver zien, maar het was toch erg indrukwekkend. Ik was wat bang voor Kai en Saskia, want op sommige plaatsen was er geen hek en zou je zo van de klif kunnen vallen, zelfs van het pad langs de rand, waar iedereen liep. Met kleinere kinderen zou ik toch het helemaal niet meer hebben!

We hadden verwacht, dat het erg druk zou zijn, maar gelukkig was het veel rustiger dan verwacht. Het eten bij de El Tovar was heerlijk. Xanterra resorts, die alle lodges in de nationale parken, in het Westen tenminste, beheren, heeft goede chefs in dienst, want we vonden het eten in de andere lodges, die we nog zouden bezoeken ook erg lekker.

Na het eten zochten we al gauw ons bed op, want ik had toen nog hoop de zonsopgang in de canyon te zien. Ha!

Vrijdag, 27 juni, 2003

Weer vroeg wakker, het helpt wel om het gevoel te hebben, dat het 3 uur later is dan in werkelijkheid (dat bleef eigenlijk de hele vakantie zo) en Rick stelde voor om wat ontbijt repen te gaan kopen, zodat we niet onnodig tijd hoefden te verliezen in een restaurant. Voor de Nederlanders zijn die repen misschien niet bekend, het is geen ideaal ontbijt, maar speciaal samengesteld voor een maaltijd en dus toereikend voor ons doel.

Nadat we die in de kamer hadden gegeten, vertrokken we om een deel van het Bright Angel Trail te lopen. In alles wat ik had gelezen werd aangeraden de canyon tenminste wat in te lopen om de grootsheid werkelijk te aanvaarden. Deze trail is de makkelijkste, hoewel nog steeds een fikse oefening, vooral vanwege de hitte, de hoogte en de steilheid terug. Katja had nog gelachen gisteravond, toen ik zei, dat helemaal naar de rivier gaan veel te ver zou zijn voor ons ongetrainde trekkers, maar nadat ze 1,5 mijl was afgedaald naar het eerste rustpunt (en vooral daarna weer terug moest klimmen!) gaf ze me toch maar gelijk!

Op onze weg naar beneden kwamen we behalve de groep mensen op muilezels (die wel helemaal naar de rivier gingen, een tocht van 8 uur heen en weer) ook een stel mensen tegen, die de vorige dag van de Noord Canyon waren gekomen. Die hadden bij de rivier overnacht en kwamen nu aan de zuidkant weer boven, wat een tocht!

Heel speciaal was de condor die heel dicht langs ons vloog, makkelijk te herkennen aan zijn rode nek.

Ongeveer een mijl naar beneden werden Saskia en Kai erg moe en Katja en ik wilden nog verder. Dus besloten we dat Rick, Kai en Saskia terug zouden gaan en Katja en ik nog tot het eerste restpunt verder (met toiletten en water daar). Na de klim terug waren we allemaal heel blij om eens lekker lunch te gaan eten bij de Bright Angel Lodge. We hadden het zo warm en hadden dorst (hoewel we genoeg water bij ons hadden) en de airconditioning was heerlijk (hoewel ik het koud kreeg, want door het dragen van de backpack was mijn rug helemaal bezweet).

Na de lunch namen we de pendelbus om de westkant van de canyon te zien. We namen het eerst helemaal naar het einde naar Hermit’s Rest, waar een heremiet ooit zijn onderkomen had. Daar was een houten winkel met een grote open haard, hoewel het moeilijk voor te stellen was, dat het hier ooit zo koud zou worden! Daarna stapten we ook bij Hopi Point en bij Mohave Point uit, want die schenen het beste uitzicht te hebben. Je kon hier ook de Colorado Rivier ver onder je zien lopen, met de stroomversnellingen en al. Het is echt onvoorstelbaar wat een rivier kan maken! Ieder uitzicht was weer uniek en prachtig. Ook brandde op de noordkant een bosbrand, dat was ook goed te zien vanaf die stops.

Toen we terugkwamen hadden we tijd om de California Condors te zien vliegen. In de avond cirkelen ze rond in de canyon. Iemand, die er veel vanaf wist, had een verrekijker opgezet en vooral Kai vond het prachtig om daar doorheen te kijken. Alle condors hebben een nummer getatoeeerd op hun vleugels want ze zijn bijna uitgestorven en worden op de voet gevolgd. Het zijn enorme vogels, maar erg mooi kan ik ze niet vinden. We aten ’s avonds bij de Arizona Room, ook daar weer lekker eten, een beetje zuidwestelijk. We vonden het eten over het algemeen goed bij de Grand Canyon en de service ook.

Na het eten nam Rick de twee jongsten mee naar de winkels om drankjes en dergelijke te kopen en Katja en ik gingen weer op de bus naar Hopi Point om de zonsondergang te bekijken. Ik had gelezen, dat de zonsondergang niet zo spectaculair was, maar dat was absoluut niet waar! We stonden precies zo, dat we een rode en een gele rotswand zagen veranderen in dieprood en diepgoud, prachtig! Een paar wolkenvelden gaven het geheel nog wat meer kleur. Natuurlijk hadden we weer gezellige gesprekken met de mensen om ons heen, iets wat ik altijd leuk vind. De oudere dame en haar gezel (jonger) naast ons waren er met een kerkreis. Een Aziatische mevrouw, aan de andere kant naast ons, kwam oorspronkelijk uit China en had haar familie mee. En natuurlijk waren er een aantal Nederlanders.

Toen we in de kamer terugkwamen (we hadden geluk, de tweede bus terug was voor ons), was het stikdonker en wilde Kai graag naar de sterrenhemel kijken. Niemand wilde mee, dus offerde ik me maar op. We ontdekten, dat Cassiopeia onderaan de hemel staat in het Zuidwesten, ook al zeggen de boeken van niet. En natuurlijk zagen we de Grote Beer en andere constellaties. Veel meer sterren, dan we thuis, tussen de stadslichten, kunnen waarnemen. En daar ging het ook om.

Zaterdag, 28 juni, 2003

Alweer een vroege start, nogmaals met ontbijt reep. We verlieten de Grand Canyon via de oostelijke route, ook daar veel mooie uitzichtspunten, net als in het westen. Het was, door de verre bosbrand, veel heiiger dan de vorige dag.

Net voordat we het park verlieten stopten we bij Desert View, waar een uitkijktoren (hebben wij niet beklommen) en wat souvenir winkels waren. We kochten wat souvenirs en ontmoeten, hoe kan het anders, weer een stel Nederlanders.

Ook buiten het park was het landschap heel interessant en het werd duidelijk, dat we het Navajo terrein opgegaan waren. Overal waren borden over trading posts en Indiaans eten. We kwamen langs de Little Colorado River Gorge, die ongetwijfeld mooi was (tenminste zo schreven de boeken), maar we wilden opschieten en dus stopten we niet.

Ons volgende doel was Sunset Crater National Monument. Dit is een volkaan, die honderden jaren geleden tot uitbarsting kwam en die een heel interessant landschap achterliet van lave, zwarte aarde en interessante planten.

Je kunt niet meer naar de krater klimmen, maar dat hadden we toch niet gedaan, veel te hoog. Het schijnt, dat de kleuren daar geel, oranje en zwart zijn, vandaar de Sunset Crater naam.

Nadat we daar wat rond hadden gekeken, gingen we op zoek naar een plaats om te lunchen. We gingen op interstate 40, een grote snelweg, dus we namen aan, dat we makkelijk iets zouden vinden. Maar net als een paar dagen eerder, was dat verkeerd gedacht! Pas een uur later kwamen we in Winslow aan en vonden eindelijk een Mexicaans restaurantje. Daar had Rick zijn eerste Navajo fry bread, een pannenkoek achtig gefrituurd brood, wat gebruikt wordt om taco’s en sandwiches te maken.

Met volle maag gingen we op weg naar het Petrified Forest National Park. Het weer was het slechtste wat we de hele vakantie zouden meemaken! Bewolkt en een enkel spatje regen, maar het ergste was de wind. We zagen al een stel “dust devils”, mini stof tornado’s, maar op die weg was het echt heel erg en ik maakte me wat zorgen om de SUV, want ik had gelezen, dat die nogal makkelijk omsloegen.

Maar gelukkig ging het allemaal goed, en toen we eenmaal in het park waren, werd het weer ook beter en werd het zelfs wat zonnig. Behalve de versteende boomstammen (die wel interessant zijn, maar als je er een gezien hebt, is het genoeg, wat mij betreft, dan) zijn hier ook heel interessante en afwisselende landschappen en “Newspaper Rock”, waar je rotsen aantreft waarop getekend is door de “Anasazi”, de Indianen die hier origineel woonden, maar die honderden jaren geleden mysterieus verdwenen. Die eeuwenoude tekeningen zijn wel heel indrukwekkend.

Aan het einde van het park (wat een soort rondrit is en weer op I-40 eindigt) is een kort, 1 mijl lang, pad wat prachtige uitzichten over de Painted Desert levert. Ook staan langs dit pad uitlegbordjes over de verschillende woestijnplanten die we tegenkomen. Kai, Saskia en ik vinden dit een heel interessante wandeling. Rick en Katja verkiezen het met de auto ons aan de andere kant weer op te wachten.

Rond 16 uur rijden we New Mexico binnen, een nieuwe staat voor mij en de kinderen, Rick was hier al geweest. We hadden de Holiday Inn in Gallup geboekt, voor een nacht. Gelukkig was het maar een nacht, want het was het slechtste hotel waar we zouden logeren. De kamers keken uit op de binnengang en het binnenzwembad en hadden hoegenaamd geen airconditioning. Ook bleek dat ons ver van te voren aangevraagde extra bed al was weggegeven aan een ander. Toen we daarover klaagden, werd ons de kamer naast ons aangeboden. Dat was wel weer heel goede service en betekende, dat ieder (met ons elektrisch opblaasbare luchtbed) weer zijn eigen bed had, ook al was dat in een warme kamer.

Voor ons avondeten gingen we naar een historisch hotelletje in Gallup, El Rancho geheten. Volgens de verhalen hebben hier allerlei beroemde acteurs en dergelijke gelogeerd ( Ronald Reagan, bijvoorbeeld), maar het “diner” was niet zo speciaal. Toch was het leuk om naar de foto galerij te kijken. Rick en de kinderen namen nog een duik in het zwembad, terwijl ik mijn email checkte.

Zondag, 29 juni, 2003

De Holiday Inn gaf ons coupons voor een gratis buffet ontbijt, dus natuurlijk maakten we daar gebruik van. Maar naderhand waren we het er allemaal over eens, dat we nog nooit zoiets afschuwelijks hadden gegeten! Het hielp ook niet, dat we nu weer opeens een uur later waren, in Mountain time, dus het beste was al weg. Maar ja, over iets gratis mag je ook niet klagen.

Vandaag zouden we langzaam op weg gaan naar Kayenta, Arizona, dichtbij Monument Valley, via Canyon de Chelly (spreek uit Canyon de Sjee). Ik had gemerkt, dat ik niet genoeg ondergoed mee had genomen en ik was ontzettend bij in deze woestijn een Walmart te vinden! Dus we stopten daar en ik kocht ondergoed, want we waren niet zeker of we weer in zo’n geciviliseerde omgeving zouden komen. Gelukkig! We wilden stoppen in Window Rock, de hoofdstad van het Navajo gebied, maar we namen de verkeerde afslag en dus besloten we in plaats daarvan maar bij de historische Hubbell Trading Post te stoppen. Ook leuk. Beide wegen leiden naar Canyon de Chelly en teruggaan vonden we niet handig.

De trading post was interessant en we kochten wat beef jerky (wordt in Page gemaakt, dus echt lokaal) en een (machinaal gemaakte) Indiaanse deken. Ze hadden een prachtige collectie handgewoven kleedjes en dekens, maar de kleinste kostte enkele duizenden dollars, dus dat was ons iets te veel.

We hadden lunch bij de A&W in Chinle. Dat was daar zo ongeveer de enige keuze, ook al leek het plaatsje redelijk groot op de kaart. De plaatsjes onderweg bestonden veelal uit een reeks sta caravans en we zagen ook steeds meer “hogans”, de Navajo ronde huisjes, zowel moderne met ramen, als de traditionele die met klei zijn gemaakt.

Vanaf Chinle was Canyon de Chelly maar een paar mijl verderop en we besteedden een groot deel van de middag met het bekijken van de canyon. De eeuwenoude Indianen huizen in de rotswanden gebouwd zagen er zeer indrukwekkend uit. Helaas was het te warm om de ongeveer 2,5 km wandeling naar de klifwoningen te ondernemen. We hadden geen koel water en Saskia was toch al niet te dol op onze wandelingen en we wilden ons lot niet verder tarten met haar.

Canyon de Chelly is weer heel anders dan de Grand Canyon. Het rivierbed was dit keer droog, maar op de bodem is het duidelijk, dat de grond zeer vruchtbaar is, er groeit van alles en het is mooi groen. Dat steekt mooi af tegen de rode rotsen van de canyon. De muren van de canyon zijn heel stijl en het is onvoorstelbaar hoe de Anasazi, de Indianen, die er zo’n duizend jaar geleden woonden, in die wanden hun huizen bouwden. Op sommige plaatsen vroegen we ons af hoe ze er kwamen.

Ook nu nog wonen Navajo families in de canyon, veelal in de traditionele hogans. Nu de rivier droog ligt, rijden ze met hun trucks van de mond de canyon binnen.

De rest van onze reis naar Kayenta, Arizona was ook erg mooi, grote oranjekleurige zandduinen en ongewone rotspartijen waren de hele weg ons uitzicht. Het leek over om iedere hoek en over iedere heuvel er weer een heel ander landschap op ons wachtte. We kwamen rond het avondeten bij de Holiday Inn in Kayenta aan. Nadat we hadden ingecheckt, gingen we in het restaurant bij het hotel eten. Het was ook het enige echte restaurant daar, geloof ik. Het was telkens weer verfrissend voor ons, hoe weinig toeristisch deze toch heel bekende gebieden zijn. Kayenta telt maar een paar hotels en stelt verder niets voor en Monument Valley ligt er toch vlak bij (voor Amerikaanse begrippen, dan, want het is zo’n 30 km verderop)..

Het eten was goed, maar we bemerkten daar, dat op Navajo land geen alcoholische dranken worden verkocht, want toen we een biertje en een glas wijn bestelden, kwam de non-alcoholische versie op tafel.

Na het eten gingen Rick en de kinderen weer zwemmen en ik verdiepte me in het laatste Harry Potter boek.

Maandag, 30 juni, 2003

De McDonald’s aan de overkant van de straat bood een makkelijk en snel drive-thru ontbijt, wat we tijdens de 30 km lange rit naar Monument Valley verorberden. Hoe dichter we bij Monument Valley kwamen, hoe heiiger het werd. Er bleek een bosbrand te zijn geweest en dit was de rook ervan. We waren wel teleurgesteld, dat dat nu juist op de ene dag dat wij hier waren moest gebeuren en hoopten, dat de stevige wind het snel zou wegblazen. En gelukkig gebeurde dat ook.Na eerst even in de winkel rondgekeken te hebben, begonnen we aan de tocht langs de monumenten, die ongeveer 25 km lang is over een ongeasfalteerde weg. We besloten niet met een gids te gaan, die je nog verder de “valley” in zou nemen, omdat de mensen daar erg onvriendelijk waren en de jeeps die ze gebruikten open, waardoor iedereen stof zat te happen.

De rit door de Valley was prachtig, langzaam ging de heiigheid weg en konden we mooie foto’s nemen. We zijn bij elk van de ongeveer 10 uitzichtpunten gestopt. Ook zagen we wat Navajo “hogans”, maar bordjes, dat je zonder toestemming niet mocht fotograferen en we zagen niemand om toestemming aan te vragen.

De rotspartijen zijn werkelijk adembenemend, je denkt echt in een Western film te zijn beland! Het was helemaal niet druk, we verbaasden ons er helemaal over, nadat we gelezen hadden hoe druk het kan zijn, dat het nergens onze definitie van “druk” was. Zelfs niet bij de Grand Canyon, je kon overal gewoon rustig foto’s nemen en lopen, zonder te voelen, dat anderen drongen of dat je op moest schieten. Maar misschien was het nog niet helemaal hoogseizoen.

Nadat we de Valley rit hadden volbracht, was het lunchtijd en besloten we verder te rijden naar Mexican Hat (zo genaamd naar een rots, die eruit ziet als een man met een sombrero op). The eerste verrassing was een ware, stromende rivier, de eerste die we hadden gezien in dagen, want de meeste rivierbedden waren stokdroog. De volgende verrassing was een leuk restaurantje naast de rivier, waar ook bleek, dat Mexican Hat buiten het Navajo gebied ligt, wat je vooral kon zien aan alle flessen bier en wijn, die stonden uitgestald.

Na een lekkere lunch (weer met Navajo fry bread) , besloten we toch naar Four Corners Monument te rijden. Dat was ongeveer anderhalf uur weg en we waren toch allemaal nieuwsgierig naar die plek waar Arizona, New Mexico, Utah en Colorado samenkomen. De weg naar Four Corners bleek heel mooi te zijn (behalve het laatste stukje door dor Colorado).

Ten eerste kwamen we langs de Valley of the Gods, met rotspartijen, die aan Monument Valley doen denken, alleen donkerder van kleur.

Vervolgens kwamen we door het stadje Bluff, dat midden in een ware oasis is gebouwd. De laatste mijlen waren door een heel droog en dor stukje Colorado en toen, plotseling, verschenen er tourbussen en allerlei toeristen schijnbaar uit het niets en dat is waar de Navajo’s een heel toeristisch, kitsch “monument” hadden gebouwd: Four Corners Monument. We betaalden de toegangsprijs en stonden in de rij om een foto te kunnen maken van de plek waar Colorado, New Mexico, Utah en Arizona samenkomen. Deze is met een marmeren steen gemarkeerd en het is wel leuk om in 4 staten tegelijk te staan, vooral de kinderen vonden dat een prachtig idee en maar hoppen van de ene naar de andere staat. Het was dus wel een grappig iets, maar ik ben blij, dat we er niet speciaal tijd voor hadden uitgetrokken.

We reden terug naar Monument Valley en waren daar op tijd om de zonsondergang te fotograferen en nogmaals het park in te rijden, nu waren de kleuren mooi diep en kregen we prachtfoto’s.

Het avondeten aten we weer bij de Holiday Inn, ditmaal was mijn maal heel droge forel. We waren te laat om nog te zwemmen en wilden ook de volgende dag vroeg op, dus na het eten direct naar bed.

Naar deel twee van het reisverslag

Terug naar de Reisverhalenpagina

Terug naar de AllesAmerika.com homepage

Cheaptickets
Goedkope vliegtickets

Robingco - Amerika reisverzekeringen
Reisfinanciën

Western Wanderer, kamperen in Amerika