AA Home > Reizen en vakantie > Reisverhalen > Petra's zuidwest reis

Petra's reis naar zuidwest-Amerika (2003)

Ga naar pagina: 1 | 2

Dinsdag, 1 juli, 2003

Nogmaals een gauw ontbijtje bij McDonald’s en onze eerste stop van de dag was het Navajo National Monument. Omdat het op onze weg was, was het de moeite waard, maar een trektocht naar de ruines zou te ver zijn voor ons met de kinderen. Gelukkig konden we de Betatakin ruine goed zien vanaf het uitkijkpunt en er werden ook verrekijkers verstrekt. Je kon goed zien, hoe intact die ruines nog waren, zelfs de ladders stonden er nog.


Bij het visitor’s center is een klein museum met dingen, die in de ruines waren gevonden en er zijn indianen, die hun Navajo handwerken demonstreren. Buiten kun je in een hogan rondkijken. Erg interessant.

Na een uurtje rondgekeken te hebben, stapten we weer in de auto op weg naar Antelope Canyon, waar we rond het middaguur arriveerden, precies wanneer we er wilden zijn, want dan schijnt de zon het mooist door de canyon, wat mooi zonnestralen en diep oranje kleuren van de zandsteen oplevert. Prachtig!

We hadden gehoopt lunch te eten bij de Wahweap Lodge bij het Powell meer, maar wisten niet, dat dat diep in de Glen Canyon National Recreation Area (onze National Parks pas was echt handig!) lag. Toen we eindelijk aankwamen, werd er geen lunch meer geserveerd, dus aten we maar pizza in de nabij gelegen pizzeria.

Om de kortste route naar Bryce Canyon te nemen, bleek, dat we een ongeplaveide weg zouden moeten volgen. Toen we die weg vonden (Cottonwood Road heette hij), zag hij er zo slecht uit, dat Rick besloot hem niet te nemen, denkend, dat dat niet de goede weg was. Maar als we geasfalteerde wegen zouden volgen, zou dat zeker 2 uur aan onze rit toevoegen, plus die Cottonwood Road zou ons langs een paar interessante plekken voeren en dwars door het “Grand Staircase-Escalante National Monument”. Dus toch maar teruggegaan en ons eraan gewaagd. We hadden tenslotte niet voor niets een 4 wheel drive auto gehuurd.

We hadden geen spijt van onze beslissing, prachtig landschap, na prachtig landschap zagen we. Het enige wat ons aan de bewoonde wereld herinnerde waren de electriciteits- en telefoondraden, die ook die weg volgden.

Na ongeveer 2 uur bereikten we de Grosvenor Arch, een enorme gele zandsteen boog. In de late middag met de staalblauwe hemel erachter was die erg mooi. Een paar mijl verderop, toen we de geasfalteerde weg hadden bereikt, bezochten we het in mijn fotografie boek aanbevolen Kodachrome State Park, opmerkelijk door zijn sigaar vormige rotsformaties. We kwamen er net op tijd voor de laatste zon van de dag aan. Om het park binnen te komen, wordt je gevraagd $5 in een envelop achter te laten. Je moet een envelop invullen, je geld erin doen en dan het bonnetje bij de voorruit zichtbaar neerleggen. Wel een groot vertrouwen in de medemens.

Behalve een paar kampeerders was het park helemaal leeg. We wandelden wat om de rotsen dichter bij te bekijken, maar de zon was al gauw te laag. Toch was het park de moeite van het bekijken waard.

Later dan de voorafgaande dagen (omdat we toch wel heel veel hadden bezocht!) kwamen we bij Ruby’s Inn aan, waar we 2 nachten zouden verblijven. Dit bleek een opgezette “Western town” te zijn, compleet met rodeo! Er is een hotel, wat restaurants, winkels en een kampeerplaats en het ligt maar een mijl van de ingang van Bryce Canyon National Park. Het is wel kitsch, maar wel grappig en we vonden de enorme winkel erbij leuk.

We kregen 2 aansluitende kamers met zicht op het meertje. Op die manier hadden we allemaal ons eigen bed, heerlijk! Het avondeten aten we in het restaurant, waar we een serenade kregen van een echte cowboy (maar zijn CD niet kochten, country is nu eenmaal niet onze smaak) en daarna gingen Rick en de kinderen zwemmen in het binnenbad en ik bleef achter om foto’s te maken van de maneschijn op het meer.

Woensdag, 2 juli 2003

Na gauw een buffet ontbijt te hebben genuttigd bij de Inn, gingen we Bryce Canyon National Park in. We hadden gepland om het “Queen’s Garden” pad te lopen, want daarvan werd gezegd, dat het het minst moeilijk was. We namen flessen koud water mee en zetten onze zonnehoeden op (normaal dragen we geen hoeden, maar vanwege de niet aflatende zon in het Zuidwesten besloten we hier toch ze consequent wel op te zetten). Het landschap waar we doorheen liepen was gewoonweg sprookjesachtig! Rode en witte “hoodoos”, zoals de formaties in Bryce Canyon worden genoemd en een staalblauwe lucht.

Toen we op de bodem van de canyon kwamen, wilden Kai en ik eigenlijk verder en via het Navajo Loop pad weer naar boven klimmen. Dus gingen Rick en de meisjes terug en wij met zijn tweetjes verder.

Dat pad gaat eerst een tijdje vlak door de canyon heen, tussen allerlei dennebomen door. Na ongeveer een kilometer klim je weer (vrij zwaar, vooral in de hitte!) naar boven. Erg de moeite waard, maar als we het nog eens zouden doen, zouden we het omkeren: naar beneden bij Navajo Loop en weer naar boven bij het minder steile Queen’s Garden.

Rick wachtte ons op bij de top. Het was intussen lunchtijd en die besloten we bij de Bryce Canyon Lodge te eten. Dat is een rustiek houten gebouw en gezellig. Er wordt geserveerd door Oost-Europese uitwisselingsstudenten en het meisje wat ons hielp was net nieuw. Hierdoor kreeg ik 2 keer het verkeerde gerecht voorgeschoteld, maar ik heb het de tweede maar gelaten en het opgegeten.

Bij de informatie balie vroegen we welke uitkijkpunten het mooist waren in Bryce Canyon en kregen als antwoord Rainbow Point (het hoogste punt) en Natural Bridge. Natural Bridge ook omdat er een Peregrine valk een nest had wat je kon zien.

Nog iets grappigs over die man bij de balie: hij vroeg mij of ik uit New York kwam. Nee, zei ik natuurlijk (we wonen in Virginia en daar is het accent heel anders dan in New York). Oh, New Jersey dan, zei hij. Ik wist niet zeker of ik me nu gevleid moest voelen, dat hij mijn accent niet gelijk als buitenlands plaatste of beledigd omdat hij dacht dat het een New Yorks accent is, wat nu niet bepaald als mooi bekend staat! We besloten naar Rainbow Point te rijden en inderdaad was het uitzicht daar prachtig. Natuurlijk waren ook daar, zoals bijna overal waar we waren, Nederlanders.

Vervolgens naar Natural Bridge, waar de natuurlijke brug erg mooi was, met alle groene bomen eromheen. Maar helaas was de valk niet thuis, hoewel Kai wel na lang speuren het nest opmerkte.

De meisjes en Rick hadden intussen alweer genoeg van al het natuurschoon en wilden terug naar het hotel om te zwemmen. Maar Kai en ik vonden dat zonde en wilden toch wel meer van die prachtige natuur zien. Ik had gelezen in mijn fotografie boek (Photographing the Southwest, echt een fantastisch boek met veel goede tips voor onbekende schatten), dat net buiten Bryce Canyon een pad liep naar een met mos begroeide grot en een waterval. We besloten dat pad te gaan lopen en spraken met Rick af, dat hij ons 2 uur later weer zou komen ophalen.

Het was intussen 3 uur en de lucht was donkerblauw, zo blauw, dat hij zwart lijkt in sommige van mijn foto’s (waarbij ik wel een polariserende filter gebruikte). We liepen eerst naar de grot met mos, die tot eind juni ijspegels heeft hangen, lazen we. Die waren nu weg, maar het water wat naar beneden druppelde was nog steeds ijskoud en Kai vond het wel even lekker om eronder te staan. Verder vond ik die grot niet zo interessant, eigenlijk.Maar gauw doorgelopen naar de waterval. Dat bleek een redelijk grote te zijn, wat ongewoon is in dit dorre en droge landschap. De waterval was door heel wat mensen ontdekt en het was er best druk in het water.

Kai en ik klommen hogerop en ik gaf hem toestemming om nat te worden, waar hij dankbaar gebruik van maakte. Hij vermaakte zich met het bouwen van een “dam”, terwijl ik heerlijk met mijn voeten in het water middenin de kreek op een steen genoot van het uitzicht op de Hoodoos. Dat was echt heerlijk en veel te gauw was het weer tijd om terug te lopen.

Kai smeekte me om naar de waterval te mogen lopen, door het water. Inmiddels waren de andere toeristen weg en hadden we het park voor ons alleen. Kai probeerde onder de waterval te gaan, maar daarvoor kwam het water te hard naar beneden. Toen we terugliepen zei hij uit de grond van zijn hart, dat dit de beste dag van de vakantie was voor hem. De meisjes waren ietwat jaloers toen ze uitvonden hoe leuk het was geweest. Nadat we droge kleren hadden aangetrokken gingen we vroeg eten, weer bij het restaurant van Ruby’s Inn. We werden bediend door dezelfde juffrouw als de avond ervoor, maar dit keer was ze veel aardiger en begroette ons als lang verloren vrienden. De cowboy had echter niet zo’n goed geheugen en probeerde weer dezelfde CD aan ons te verkopen, ook al had ik hem de vorige avond netjes gezegd, dat dat niet mijn smaak in muziek is.

We hadden opzettelijk vroeg gegeten, zodat we op tijd in Bryce Canyon terug konden zijn voor de zonsondergang. En inderdaad waren de diepe kleuren prachtig! Ik liep nog wat op het pad, want zo kreeg ik verschillende uitzichten en kwam een groepje Nederlanders tegen. Die waren nog van plan dezelfde wandeling te gaan maken als Kai en ik eerder op de dag. Ik denk, dat ze zich verkeken op de lengte en ik hoop, dat ze het voor donker gehaald hebben!

Terug in Ruby’s Inn keken we rond in de grote souvenir winkel, maar waren zo moe van de hele dag buiten, plus we wilden vroeg op voor onze rit terug naar Las Vegas, dat we al vroeg gingen slapen.

Donderdag, 3 juli, 2003

We stonden supervroeg op, voor ons doen, hoewel we nog steeds een uur vooruit waren op Las Vegas, dus het leek niet zo vroeg (7 uur). Nadat we uitgecheckt waren, haalden we een “to go” ontbijt bij de Canyon Diner bij Ruby’s Inn. Ik een heerlijke English Muffin met kaas en tomaat, hmmm!

Ons doel was om vroeg genoeg in Zion National Park aan te komen, zodat we de shuttle bus konden nemen en uit konden stappen bij een paar punten en dan laat in de middag in Las Vegas aan konden komen.

Dat werkte allemaal perfect volgens plan. De weg van Bryce Canyon naar Zion National Park was erg mooi. Het leek wel wat op de Alpen. Eerst reden we door Red Canyon, die zijn naam eer aandoet met zijn donkerrode steen. Ik zag, dat er een lang fietspad langs de weg lag en we besloten dat als we terug zouden komen (vast wel ooit!), dat we dan fietsen zouden huren en op die manier de canyon zouden gaan bekijken.

We stopten voor een snelle foto’s van de rode rotsen en reden toen verder. De weg naar Zion loopt langs de Virgin rivier, die prachtige oases heeft gecreeerd. Hoe dichter we bij Zion kwamen, hoe mooier het uitzicht. Het verschil tussen Zion en de andere canyons is, dat je hier op de canyon bodem rijdt met de immense rotswanden aan weerszijden van de weg.

Bij de ingang van het park wilde ik graag een foto nemen van een eenzame den, die ook in dat Photographing the Southwest boek beschreven stond. Maar helaas waren er aan onze kant van de weg geen gelegenheden tot stoppen, dus heb ik dat idee maar laten varen. Iets later doemde de beroemde Checkerboard Mesa (zo genoemd vanwege het dambord achtige patroon in de wand) voor ons op. Imposant!

In het park moesten we door een lange uit de stenen gehouwen tunnel. Het was eenrichtingsverkeer, dus we waren blij, dat het niet druk was, want je zou nog een lange wachttijd daar kunnen hebben! Er waren wel twee weghelften, dus we namen aan, dat de andere weghelft in geval van nood gebruikt zou moeten worden.

Eenmaal door de tunnel, na een paar haarspeldbochten, bereikten we het museum waar we konden parkeren en de shuttle bus naar de verschillende stops zouden nemen. We hadden intussen besloten, dat we water wilden zien en dus zouden we korte klimtochten (tot Saskia’s ongenoegen, die had allang genoeg van al dat geklim in de hitte) maken naar o.a. Weeping Rock, wat een mooie “hangende tuin” heeft. Het was ongeveer een halve mijl lopen. Helaas waren er geen bloemen in bloei, dan moet het echt prachtig zijn, daar.

Onderaan het pad kon je afdalen naar de rivier, wat Kai en ik natuurlijk deden. Er waren 3 kleuren libelles (rood, groen en blauw) en de blauwe poseerde mooi voor mij. Er moeten ook ontzettend veel kikkers zijn in Zion, want overal zagen we kikkervisjes! Hierna weer op de shuttle bus (na gezellig met een Nederlandse familie te hebben gekletst), naar Zion Lodge, waar we het Emerald Pools trail gingen lopen.

De laagste van de drie plassen was ongeveer 1,5 km heen en weer en de anderen verder weg. We kozen de laagste dus maar, gezien Saskia’s afkeer van wandelen. De natuur was prachtig, maar ik weet zeker, dat het nog mooier is als er geen droogte heerst. De watervallen waren niet bijzonder en de plassen stonden ook bijna droog. En om het “Smaragd” (Emerald Pools) te noemen vergde ook wat fantasie.

Terwijl Rick en de kinderen rustten, klom ik verder en voor ik het wist bereikte ik de middelste plas via een interessant pad. Als ik zo door de natuur loop is het zo makkelijk om de tijd te vergeten en toen ik weer beneden kwam, werd me medegedeeld door de anderen, dat ze bezorgd waren geworden omdat ik zo lang wegbleef!

Eenmaal terug bij de Lodge besloten we daar te lunchen. Dit keer werden we door een Pools meisje bediend. Alle lodge (die door Xanterra worden gerund) hadden goed voedsel, vonden wij. Hier vonden we vooral de Nachos lekker, omdat die uit gemalen mais waren gemaakt en zacht van binnen en knapperig van buiten. Zeker aanbevolen!

Nadat de shuttle bus ons weer terug had gebracht naar het museum, begonnen we aan de laatste rit van deze vakantie met als doel het Luxor hotel in Las Vegas. We zagen er allemaal naar uit dit hotel mee te maken en het bleek zeker niet teleur te stellen!

De rit naar Las Vegas was nogal saai, na alle adembenemende landschappen die we hadden gezien. Het leidde door bruine en droge woestijn. Op een gegeven moment keek ik naar de thermometer in de auto en die gaf aan dat het buiten 110 graden (43,5 graden Celsius) was! Dat is wel het warmst dat ik ooit heb meegemaakt.

We reden de stad rond 16 uur binnen, maar verloren wat tijd, omdat Rick van de kant van het Mandalay Bay hotel wilde binnenkomen, aangezien hij het befaamde “Welcome to Las Vegas” bord wilde zien, wat in veel films is te zien. We vonden het bord, maar Rick dacht, dat we er wel heen zouden kunnen wandelen vanuit het Luxor (ik wist gewoon van niet, maar goed, wie ben ik? ;)), dus wilde hij nu niet stoppen.

We checkten in, wat heel makkelijk ging (de volgende dag, 4 juli, stonden er echter dikke rijen, waren wij even blij, dat we een dag eerder waren!) en we kregen een kamer in de pyramide met uitzicht op het zwembad. Een mooie, grote kamer, met een Egyptisch thema, op de 18e verdieping.

De kinderen (en Rick ook!) wilden heel graag de Blue Man Group show zien, die in het Luxor speelt. Omdat het de volgende dag 4 juli zou zijn, besloten we te proberen tickets te krijgen voor de show van 7 uur die avond. Tot onze verbazing lukte dat! Het was inmiddels na vijven en we hadden honger dus we haastten ons naar het Japanse restaurant in het Luxor, Hamada, waar we heerlijke sushi aten.

Een half uur voor het begin van de show zaten we in het theater. Ik maak me altijd een beetje zorgen over hoe Saskia zo’n show vindt, want die is nogal eens bang voor harde geluiden en donkere theaters. Maar dit keer genoot ze! Klapte met alles mee, lachte, ik heb haar nog nooit zo van een show zien genieten. Het is ook wel een erg leuke productie met veel humor, ik zou hem aan iedereen aanraden.

Terug in de kamer wachtten we tot Saskia in slaap was en lieten toen Katja oppassen, terwijl Rick en ik ons geluk beproefden in het casino. Dit bleek ook een van onze favorieten in Las Vegas, omdat de minimum weddenschap bij Blackjack maar $5 is. Voor ons, die enkel voor de lol wat gokken, is dit leuk, want het beetje geld wat we onszelf toestaan om te vergokken gaat zo langer mee.

Vrijdag, 4 juli, 2003

Omdat we nergens heen hoefden voor de verandering sliepen we heerlijk uit. Toen we allemaal wakker waren, hadden we een rustig ontbijt bij het Pyramid Cafe (eigenlijk meer rustig omdat de bediening zo langzaam was, dan omdat wij zo rustig waren). Toen, terwijl Rick de kinderen mee naar het zwembad nam, begaf ik mij naar de Spa. Ik kocht een pas voor het Fitness Center (prachtig!) en daarbij had ik ook gebruik van de whirlpool en de sauna. Heerlijk! Ik vind dat zo lekker in Las Vegas hotels, die spa’s, echt jezelf even verwennen.

Om 12 uur waren we allemaal klaar en besloten ons naar het aangrenzende Excalibur hotel te begeven voor lunch. Eerst winkelden we nog even bij de Merlin winkel daar, waar de kinderen stemmingsringen en toverkunsten kochten.

Het Sherwood Cafe, wat we hadden gekozen omdat er tafels open waren, bleek de laaaangzaamste bediening te hebben, die we in lange tijd hadden meegemaakt!Als het nou een sfeervol restaurant was geweest, maar nee, gewoon een cafe met sandwiches en salades. Het was zonde van onze tijd, daar zullen we dus niet meer terug gaan!

Toen we eindelijk klaar waren met eten, wandelden we naar de Mandalay Bay op zoek naar dat Welcome to Las Vegas bord wat Rick zo graag wilde fotograferen. Ik was ervan overtuigd, dat het te ver was om in de hitte te lopen, maar hij was overtuigd van het omgekeerde. Maar zodra we een paar minuten in de 40+ graden hitte hadden gelopen, gaf hij me toch gelijk.

We zijn toen maar gauw de Mandalay Bay ingedoken. Ook een prachtig hotel, wat een haaienaquarium bleek te huisvesten. Na een lange wandeling door dit ook weer enorme resort, zagen we dat er een enorme rij stond voor dat aquarium. Omdat we hier in Baltimore ook al een prachtig aquarium hebben, besloten we geen tijd te verspillen met wachten, tot Kai’s teleurstelling.

We namen een tram terug van de Mandalay Bay naar het Luxor en gingen naar de compleet nagemaakte grafkamer van Koning Tut daar. Katja en Kai waren ontzettend geinteresseerd en luisterden het hele bandje wat erbij werd gegeven af.

Door alle warmte hadden we verder alleen maar zin om te gaan zwemmen in het mooie zwembad. Er zijn 3 zwembaden waarvan een watervallen heeft. Daar gingen we heen, want ik had pijn in mijn nek en de harde waterval daarop voelde heerlijk.

Na een verfrissende zwempartij en een lekker drankje bij het zwembad maakten we ons klaar voor het diner, waarvoor we hadden gereserveerd bij het Sacred Sea restaurant in het Luxor. Wat een heerlijk restaurant! Heel leuk decor, wel wat netjes, maar kindvriendelijk, alle 3 de kinderen vonden met gemak iets wat ze lekker vonden op het menu. De kelner was ontzettend vriendelijk en we hadden een heerlijk diner.

Eerder op de dag hadden we nagevraagd, waar die avond het 4 juli vuurwerk zou worden afgeschoten. Er werd ons verteld, dat er om 20:30 bij het Paris hotel en om 21 uur bij de Stratosphere vuurwerk te zien zou zijn. We kozen het Paris hotel, want de Stratosphere was helemaal aan de andere kant van de Strip. Dus vonden we rond 20 uur een (snikhete) goede plaats op straat met zicht op het Paris hotel.

Duizenden anderen stelden zich ook op, dus we dachten, dat het vast goed zat. Maar om half negen geen vuurwerk. We hoopten, dat het misschien wat vertraagd was, dus wachten tevergeefs in de enorme hitte tot 21 uur. Toen waren we echt allemaal oververhit en dorstig en leek het erop, dat we verkeerde informatie hadden gekregen. Dus liepen we teleurgesteld terug naar het hotel, waar we na een drankje (ik een ijskoude Heineken, heerlijk als je dorst!), maar naar het vuurwerk thuis in Washington op tv keken. Vooral Saskia was erg droevig, maar een belofte van Rick, dat hij thuis vuurwerk zou kopen en afschieten voor ons huis op zondag maakte veel goed.

Toen de twee jongsten in slaap waren gevallen, begaven Rick en ik ons weer even naar het casino. Dit keer speelde ik Let It Ride, wat Rick niet leuk vindt, dus hij speelde Blackjack. Meestal kijkt de een naar wat de ander speelt, maar dit was ook leuk, om allebei te spelen. Ik speelde gelijk, maar Rick had niet zo’n geluk en verloor een beetje.

Na nog een paar slotmachines te hebben gespeeld, omdat we net een strategie boek daarover hadden gelezen (wat niet werkte voor ons, helaas), gingen we terug naar boven.

Zaterdag, 5 juli 2003

Onze wekker ging om 7 uur 30 op deze laatste dag. We zouden pas om 14 uur wegvliegen, dus we hadden nog wat tijd om in het hotel te besteden. We besloten dit keer het buffet te nemen als ontbijt. Dit buffet moet soms heel druk bezocht zijn, want het had het soort rijen vormende barrieres, die je ook bij amusementsparken ziet.

Wat mensen zo bijzonder vinden aan die buffets gaat aan mij voorbij, maar goed. Maar ja, soms zie ik zulke hoog met voedsel opgestapelde borden, die dan ook nog eens in een zeer corpulent lichaam verdwijnen, dat de eetlust me al bij voorbaat vergaat.

Dit buffet was matig. Er was wel wat lekkere vis, zoals haring en zalm (ok, ik weet dat sommigen er niet over denken om dat als ontbijt te eten), maar niets speciaals verder.

Omdat ik ’s ochtends nooit zo’n honger heb, liet ik de anderen verder eten en ging ik naar de spa voor nog een half uurtje oefenen (nodig voor mijn spieraandoening) en whirlpool en sauna.

En toen was het tijd om naar het vliegveld te gaan. Onderweg stopten we nog om eindelijk die lang begeerde foto voor Rick te maken, van het “Welcome to Las Vegas” bord! Rick weer helemaal blij :-).

We gaven Hertz een heel stoffige en vieze Ford Excursion terug, het was een fijne en betrouwbare auto geweest. We waren zeker blij, dat we erom gevraagd hadden in plaats van de veel kleinere Expedition. Nu hadden we echt ontspannen gereden.

De check in en door de veiligheid gaan ging snel en we hadden nog heel wat tijd bij de gate. Dus ik nam wat extra kleingeld en besloot nog even wat video poker te spelen. En opeens had ik na 3 keer proberen 4 A’s! Gewonnen! 160 kwartjes, dus $40, het meeste wat ik ooit van een slot machine had gewonnen (hoewel ik natuurlijk ook niet echt vaak speel). In het strategieboek stond om door te spelen op dezelfde machine na een winst, dus dat deed ik. En inderdaad, ik won nog wat kleinere getallen. Uiteindelijk ging ik met $46 extra het vliegtuig in. Toch leuk.

De volgende verrassing kwam net voor het instappen. We hadden een overstap in Chicago, maar ik wist dat de vlucht overvol was. Dus toen Rick naar het podium werd geroepen, was ik bang, dat we, omdat we 2 gratis tickets hadden, op standby zouden worden gezet. Maar nee, ze boden hem aan om niet alleen de non-stop naar Washington Dulles te nemen, maar ook nog in eerste klas! Die vlucht zou ongeveer op dezelfde tijd vertrekken, maar natuurlijk veel eerder aankomen. Rick zag zijn kans en probeerde eerst zelfs de hele familie in eerste klas te krijgen, maar daar was geen plaats voor. Dus de rest van de familie zou recht achter hem zitten in de bulkhead.

Natuurlijk namen we de gelegenheid met beide handen aan en Rick bepaalde, dat ik die eerste klas plaats mocht hebben, de schat! Ik vond het heerlijk, het eten was zeer matig, maar de drankjes werden constant aangedragen. Maar ik zou er niet over peinzen het volle pond voor eerste klas te betalen!

Al met al was het een heerlijk einde van een fantastische vakantie!

Terug naar de Reisverhalenpagina

Terug naar de AllesAmerika.com homepage

Cheaptickets
Goedkope vliegtickets

Robingco - Amerika reisverzekeringen
Reisfinanciën

Western Wanderer, kamperen in Amerika